De menselijke kant van organisatieverandering

Organisaties veranderen. Soms omdat het moet, door een reorganisatie, een nieuwe directie of andere omstandigheden. Maar soms ontstaat de noodzaak tot verandering juist doordat het goed gaat. Een organisatie groeit, wordt professioneler en komt in een volgende fase terecht.

En dan kan iets merkwaardigs gebeuren. Juist datgene wat de organisatie sterk heeft gemaakt, begint ergens te knellen.

Afgelopen periode begeleidde ik een managementteam van een organisatie met een sterk persoonlijk karakter. Mensen kenden elkaar goed. De betrokkenheid was groot, de lijnen waren kort en er was veel onderling vertrouwen. Je zou het bijna een warm nest kunnen noemen.

Dat was geen probleem dat opgelost moest worden. Integendeel. Het was een belangrijke kwaliteit van de organisatie. Tegelijkertijd voelde vrijwel iedereen dat de volgende fase iets anders vroeg. De organisatie was gegroeid. Er was behoefte aan verdere professionalisering, meer duidelijkheid in rollen en besluitvorming en een managementteam dat minder vanuit de dagelijkse operatie en meer vanuit een gezamenlijke koers leiding kon geven.

Daarmee ontstond een interessante spanning. Want hoe word je professioneler zonder kwijt te raken wat je juist bijzonder maakt?

De verleiding om te kiezen

Bij verandering denken we gemakkelijk in tegenstellingen.

Informeel moet zakelijker worden.
Operationeel moet strategisch worden.
De leiding moet meer loslaten.
Medewerkers moeten meer verantwoordelijkheid nemen.

Daar zit vaak iets waars in. Maar wanneer je te snel voor één kant kiest, verlies je gemakkelijk iets wat waardevol is.

In dit managementteam lag de vraag daarom niet zozeer voor: hoe worden we zakelijker?

Veel interessanter werd: Wat willen we behouden van wie we zijn, wat hebben we los te laten en wat vraagt de volgende fase van ons?

Dat is écht een heel andere vraag. Je kijkt dan niet alleen naar wat er niet goed gaat. Je kijkt ook naar de geschiedenis van een organisatie. Naar kwaliteiten die haar gebracht hebben waar ze nu staat. Naar gewoonten die ooit functioneel waren. En naar de vraag of diezelfde gewoonten nog passen bij wat nu nodig is.

Als het oude niet meer vanzelfsprekend is

Ik ben dit soort periodes steeds meer gaan zien als een tussentijd: het oude werkt niet meer helemaal, maar het nieuwe is nog geen vanzelfsprekendheid geworden. Dat begrip gebruik ik al langer bij individuele coaching. Iemand weet bijvoorbeeld dat het huidige werk niet meer past, maar heeft nog geen idee wat ervoor in de plaats moet komen. De neiging is dan vaak om zo snel mogelijk een antwoord te vinden. Maar juist het niet meteen weten kan betekenisvol zijn.

Bij organisaties werkt dat niet zoveel anders. Een nieuwe structuur kan op papier al bestaan, terwijl mensen nog handelen vanuit de oude verhoudingen. Een MT kan besluiten meer verantwoordelijkheid in de organisatie te leggen en ondertussen zelf moeite hebben om controle los te laten. Een organisatie kan zeggen dat zij opener wil samenwerken, terwijl verschillen van mening liever worden vermeden.

De formele verandering is dan misschien al begonnen. De werkelijke transitie nog niet.

Verandering wordt persoonlijk

Dat werd ook zichtbaar in het traject met dit managementteam. We spraken niet alleen over rollen, verantwoordelijkheden en samenwerking. We onderzochten vooral oo het persoonlijke leiderschap van de afzonderlijke MT-leden.

Want meer eigenaarschap in een organisatie klinkt aantrekkelijk. Maar kun jij als leidinggevende ook ruimte geven wanneer iemand het anders doet dan jij?

Meer openheid en feedback zijn gemakkelijk als waarde te benoemen. Maar wat doe je wanneer een collega iets zegt wat je werkelijk raakt of wanneer er spanning ontstaat?

En gezamenlijk leiderschap vraagt niet alleen om goede afspraken. Het vraagt ook dat je weet wanneer je zelf naar voren moet stappen en wanneer je juist ruimte moet maken voor een ander.

Daarmee komt organisatieverandering ineens dichtbij. Niet alleen: wat moet de organisatie anders doen? Maar ook: wat vraagt deze verandering van mij?

Niet alleen praten over verandering

In mijn begeleiding werk ik daarom niet alleen met gesprekken en analyses.

We onderzochten patronen in het team, keken naar de geschiedenis en cultuur van de organisatie en werkten met feedback. Maar we gingen ook letterlijk aan de slag met positie innemen, grenzen, spanning en conflict.

Dat kan confronterend zijn. Want begrijpen dat je geneigd bent conflicten te vermijden is iets anders dan ervaren wat er in jezelf gebeurt wanneer je werkelijk tegenover iemand staat en je positie moet innemen.

Weten dat je veel controleert is iets anders dan merken hoe lastig het is om verantwoordelijkheid bij een ander te laten. Juist daar kan iets veranderen. Voor mij horen denken, voelen en handelen daarom bij elkaar. Inzicht is belangrijk, maar uiteindelijk moet ontwikkeling zichtbaar worden in wat je doet.

Behouden én loslaten

Wat mij uit dit traject vooral is bijgebleven, is dat organisatieontwikkeling niet noodzakelijk begint met de vraag wat er moet veranderen.

Misschien begint zij wel met twee andere vragen:

Wat willen we beslist behouden?
En:
Wat hebben we los te laten om verder te kunnen?

Die twee horen bij elkaar want als je alleen kijkt naar wat anders moet, kun je gemakkelijk voorbijgaan aan de geschiedenis en eigenheid van een organisatie. Maar wanneer je alleen vasthoudt aan wat altijd goed heeft gewerkt, kan juist diezelfde kracht verdere ontwikkeling in de weg gaan staan.

De kunst zit ergens daartussen. Niet het warme en persoonlijke karakter vervangen door zakelijkheid, maar onderzoeken hoe betrokkenheid én professionaliteit naast elkaar kunnen bestaan.

Niet kiezen tussen richting geven of ruimte geven, maar leren wanneer het één en wanneer het ander nodig is.
Niet spanning uit de weg gaan om de goede relatie te bewaren, maar ontdekken dat een goede relatie soms juist sterk genoeg moet zijn om verschil te kunnen verdragen.

De tussentijd gebruiken

We willen bij verandering vaak graag weten waar we uitkomen. Liefst snel. Maar organisaties ontwikkelen zich niet alleen door nieuwe structuren, strategieën en plannen te bedenken. Ze ontwikkelen zich ook doordat mensen opnieuw onderzoeken hoe ze zich tot elkaar en tot hun gezamenlijke opdracht willen verhouden.

Daarvoor is soms een periode nodig waarin het antwoord nog niet helemaal vaststaat. Een tussentijd. Niet als een fase waarin je maar moet afwachten tot het nieuwe zich vanzelf aandient. Wel als een periode waarin je bewust kunt onderzoeken wat deze fase van de organisatie en van de mensen die er werken vraagt.

Misschien is dat wel een van de lastigste kanten van verandering: dat je niet alleen iets nieuws moet durven beginnen, maar ook moet onderzoeken wat je van het oude wilt meenemen. En wat niet meer.

Verder lezen

Organisatieverandering: als het oude niet meer past

Coaching en begeleiding voor organisaties

Teamcoaching

De schoorsteen moet roken. Maar waarvoor werk je eigenlijk?

Nee, ik heb mijn coachpraktijk niet ingeruild voor een carrière als pannenkoekenbakker.

Maar deze foto zegt misschien wel iets over een vraag die onder veel vragen in mijn praktijk ligt:

Waarvoor werk ik eigenlijk?

Vanmorgen bleef ik hangen bij een interview in de Volkskrant (18-9-2026) met econoom Paul Schenderling, oprichter van Postgroei Nederland. Schenderling stelt daarin dat we economische groei zo belangrijk zijn gaan vinden dat andere waarden daaraan ondergeschikt zijn geraakt. Hij noemt vrijheid, rechtvaardigheid, vrede en naastenliefde als waarden die daardoor in het gedrang kunnen komen.

Maar het was vooral zijn voorbeeld over werk dat mij trof.

Volgens Schenderling is arbeid in ons economisch denken steeds meer gereduceerd tot productie: we werken om inkomen te verdienen, zodat we vervolgens kunnen consumeren. Daarmee dreigt iets wezenlijks uit beeld te verdwijnen. Hij noemt beroepseer, beroepstrots en de vreugde die arbeid kan geven. En uiteindelijk: zingeving.

Ik herken die spanning uit mijn werk als loopbaancoach. Mensen die bij mij komen, zeggen het soms bijna letterlijk:

Ik zou eigenlijk iets anders willen, maar de schoorsteen moet natuurlijk wel roken.

En daar valt weinig tegenin te brengen. We hebben een inkomen nodig. Er is een hypotheek of huur. Er zijn kinderen, verplichtingen en verantwoordelijkheden. Werk is niet alleen een plek voor zelfverwerkelijking.

Maar er zit ook een risico in die redenering. Want wanneer de schoorsteen maar lang genoeg het belangrijkste argument blijft, kun je ongemerkt steeds verder verwijderd raken van wat je in je werk eigenlijk belangrijk vindt. Dan gaat het niet eens altijd om het verkeerde beroep. Het kan ook zitten in hoe je je werk bent gaan doen.

Misschien wilde je ooit goede zorg verlenen, maar ben je vooral bezig met registreren en productie draaien.

Misschien werd je leidinggevende omdat je mensen wilde helpen groeien, maar bestaat je werk steeds meer uit targets, spreadsheets en vergaderingen.

Misschien koos je voor het onderwijs omdat je iets wilde betekenen voor jonge mensen, maar merk je dat je vooral probeert het systeem draaiende te houden.

En misschien ben je daar heel goed in geworden. Dat maakt het soms juist ingewikkeld.

Waar wil je eigenlijk voor staan?

In loopbaancoaching gaat het vaak over talenten, competenties, functies en mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Allemaal relevant. Maar daaronder ligt voor mij een fundamentelere vraag:

Wat is voor jou van waarde, en hoe wil je dat in je werk tot uitdrukking brengen?

Dat is een andere vraag dan: Wat kan ik?
En ook een andere dan: Waar kan ik geld mee verdienen?

Het gaat over waar je voor wilt staan.

Voor de één is dat vakmanschap. Voor een ander vrijheid, zorgvuldigheid, rechtvaardigheid, autonomie, dienstbaarheid, creativiteit of verbinding. Niet als mooie woorden op een vel papier, maar als waarden die daadwerkelijk richting geven aan keuzes.

Want een waarde krijgt pas betekenis wanneer zij iets van je vraagt. Als autonomie belangrijk voor je is, hoeveel autonomie ervaar je dan werkelijk in je werk? Als aandacht voor mensen essentieel voor je is, wat doet het dan met je wanneer je organisatie je voortdurend dwingt tot snelheid? Als vakmanschap voor jou zwaar weegt, hoe lang houd je het dan vol wanneer je je werk niet meer kunt doen op een manier waar je zelf achter staat?

Dan worden waarden minder vrijblijvend.

Soms moet niet het werk veranderen, maar de vraag

Ik ontmoet regelmatig mensen die heel goed kunnen vertellen waarom iets niet kan, terwijl ze veel minder gemakkelijk kunnen vertellen waar ze eigenlijk naar verlangen. Zo sprak ik iemand die ervan overtuigd was dat hij vooral op zoek moest naar een andere functie. Een logische volgende stap, met voldoende zekerheid en perspectief.

In onze gesprekken bleek gaandeweg dat zijn werkelijke verlangen ergens anders lag. Hij wilde niet zozeer hogerop of iets totaal anders. Hij wilde weer werk kunnen doen waarin vakmanschap en persoonlijke aandacht belangrijker waren dan snelheid en resultaat. Dat veranderde zijn zoektocht. Niet langer stond vooral de vraag centraal:

Welke functie past bij mij?

Maar:

In welke omgeving kan ik werken op een manier die bij mij past?

Dat verschil verandert veel. Want waarden bepalen niet alleen welk werk bij je past. Ze bepalen minstens zozeer hoe je wilt werken, met wie, waaraan je wilt bijdragen en in welke omgeving je tot je recht komt.

Doe maar gewoon

En daar zit nog iets onder. We zijn lang niet altijd zo vrij om te kiezen vanuit wat ons werkelijk dierbaar is als we denken. We hebben onderweg allerlei boodschappen meegekregen over werk en leven.

Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.
Zorg eerst maar dat je een goede baan hebt.
Maak af waar je aan begonnen bent.
Je kunt toch niet zomaar alles opgeven?

En misschien zit daaronder nog een veel fundamentelere boodschap:

Wie denk jij eigenlijk dat je bent?

Zulke boodschappen kunnen diep zitten. Soms zo diep dat je ze niet meer als boodschappen herkent, maar als feiten. Je weet dan heel goed te vertellen waarom iets niet verstandig, realistisch of verantwoord is, nog voordat je werkelijk hebt onderzocht waar je naar verlangt.  Zo corrigeer je soms je verlangen voordat je er goed naar hebt geluisterd.

Betekenis geven aan werk

Daarom geloof ik ook niet zo in het advies: Doe gewoon waar je hart ligt. Daarvoor is het leven te ingewikkeld. De interessantere vraag is hoe je bestaanszekerheid en verantwoordelijkheid in verbinding brengt met wat voor jou werkelijk van waarde is.

Soms leidt dat tot ander werk. Soms tot hetzelfde werk op een andere manier. Soms tot minder werken, een andere positie of juist het bewuste besluit ergens te blijven. Maar het vertrekpunt verandert. Je vraagt niet alleen meer:

Waar kan ik werken?

Maar ook:

Waaraan wil ik met mijn werk bijdragen?

En misschien nog fundamenteler:

Wie wil ik zijn in de manier waarop ik werk?

Dat raakt voor mij aan zingeving. Niet als iets groots of verhevens. Juist heel concreet: dat wat je doet ook werkelijk past bij wat je belangrijk vindt en wie je wilt zijn.

Daarmee verdwijnt de schoorsteen niet. Die moet nog steeds roken. Maar misschien hoeft hij niet langer te bepalen waar je huis staat.

Om eens bij stil te staan

  • Welke waarden wil jij in je werk daadwerkelijk kunnen leven?
  • Waar lukt dat op dit moment – en waar ben je ervan verwijderd geraakt?
  • Welke overtuiging of oude boodschap houdt je tegen om daar serieuzer naar te luisteren?
  • En als inkomen, status of verwachtingen van anderen even niet het eerste antwoord mochten geven: wat zou jij dan in je werk meer ruimte willen geven?

Ook interessant om verder te lezen:

Misschien hoef je niet meteen een camping te beginnen

De tussentijd (2): niet kiezen of loslaten, maar onderzoeken

Loopbaanbegeleiding bij Bureau de Poort

What Makes You Come Alive?

De tussentijd (2): niet kiezen of loslaten, maar onderzoeken

Wanneer er iets begint te schuren

In mijn vorige essay schreef ik over de tussentijd: de periode waarin het oude niet meer werkt en het nieuwe nog niet zichtbaar is. Ik vertelde daarin ook hoe zo’n periode in mijn eigen leven uiteindelijk heeft bijgedragen aan het ontstaan van Bureau de Poort.

Vaak denken we bij een tussentijd aan grote gebeurtenissen. Ontslag, scheiding, ziekte, de overgang naar pensioen of ouder worden. Maar mijn ervaring is dat een tussentijd zich vaak veel subtieler aandient. Bijvoorbeeld met een gevoel dat er iets schuurt. Met het verlies van energie. Of met de vraag waarom werk dat jarenlang goed voelde ineens begint te wringen.

Een communicatievraag die iets anders bleek te zijn

Onlangs begeleidde ik een vrouw die zich aanmeldde met een communicatievraag. Ze had feedback gekregen dat ze soms te direct was en te veel obstakels zag voorafgaand aan het sluiten van een deal. Zelf herkende ze zich daar maar gedeeltelijk in, maar ze wilde de feedback serieus nemen en onderzoeken wat zij daarin kon leren. Zo kwam ze bij mij.

Al snel bekroop ons allebei het gevoel dat we niet met de juiste vraag bezig waren. Langzaam ontstond een ander beeld. Jaren geleden was zij juist aangenomen vanwege de eigenschappen die nu ter discussie leken te staan. Haar scherpe analyse, zorgvuldigheid en vermogen om risico’s tijdig te signaleren maakten haar tot een gewaardeerde adviseur. Klanten vertrouwden op haar deskundigheid en op haar weloverwogen oordeel.

Niet zij, maar ook de organisatie was veranderd

In de loop der jaren was het regionale adviesbureau waar zij ooit was begonnen uitgegroeid tot een landelijke, commerciëlere organisatie. De nadruk kwam steeds meer te liggen op snelheid, groei en het sluiten van deals. Dat vroeg om een andere dynamiek en soms ook om ander gedrag.
Zij probeerde daarin mee te bewegen. Ze paste zich aan, hield kritische kanttekeningen vaker voor zich en deed haar uiterste best om aan de nieuwe verwachtingen te voldoen.

Toch bleef er iets schuren. Niet aan de oppervlakte, maar in de onderstroom.

Op een bepaald moment stelde ik een vraag die een keerpunt in het traject markeerde:
“Stel dat je jouw communicatie verbetert. Is er dan werkelijk meer vertrouwen? Of probeer je een dieper liggend probleem op te lossen met een oppervlakkige verandering?”

Vanaf dat moment ging ons gesprek niet langer over communicatie.

De kracht van loopbaanwaarden

We onderzochten haar professionele identiteit en stonden stil bij haar persoonlijke loopbaanwaarden. Welke voorwaarden moeten aanwezig zijn om met plezier en overtuiging te kunnen werken?
Daaruit kwam een helder beeld naar voren. Waarden als waardering, respect en verbinding bleken voor haar geen mooie idealen, maar wezenlijke voorwaarden om goed te kunnen functioneren.

Juist op die punten ervoer zij steeds minder aansluiting. Ze had niet het gevoel dat haar bijdrage werkelijk werd gezien. En misschien nog belangrijker: ze miste de ruimte om daar met de leiding op een open en gelijkwaardige manier over in gesprek te gaan.

Een inzicht dat ik vaker zie, is dat kwaliteiten vaak bepalen óf je iets kunt, maar dat waarden bepalen of je het ook met overtuiging en plezier wilt blijven doen.

Geen strijd tussen werkgever en werknemer

Opvallend genoeg speelde deze vraag niet alleen bij haar. In het gesprek dat zij hierover vervolgens met de directie durfde te voeren, bleek ook daar de bereidheid aanwezig om eerlijk te onderzoeken of haar kwaliteiten en manier van werken nog voldoende aansloten bij wat de organisatie in deze fase nodig had. Niet vanuit verwijt, maar vanuit een oprechte wens om te kijken of er nog een duurzame match mogelijk was.

Dat vond ik misschien wel het meest waardevolle moment van het traject.
Want ineens ging het niet meer over werkgever tegenover werknemer.

Niet over gelijk krijgen of schuld hebben. Niet over aanpassen of vertrekken. Het ging over samen onderzoeken.
Onderzoeken of mens en organisatie, die jarenlang goed bij elkaar hadden gepast, zich misschien allebei hadden ontwikkeld, ieder in een eigen richting.

Niet kiezen, maar onderzoeken

Dat sluit aan bij hoe ik vaker naar loopbaanvragen kijk. We zijn geneigd snel te denken in keuzes: blijven of weggaan, volhouden of loslaten, aanpassen of afscheid nemen.

Maar soms is de belangrijkste stap helemaal niet kiezen. Soms is de belangrijkste stap onderzoeken.
Onderzoeken wat er in de organisatie veranderd is. Onderzoeken wat er in jezelf veranderd is.
En vooral onderzoeken of datgene wat ooit zo goed bij elkaar paste, nog steeds een vruchtbare verbinding vormt.
Zo’n onderzoek kan verschillende uitkomsten hebben.

Soms ontdekken werkgever en medewerker dat er met een andere rol, andere afspraken of hernieuwd vertrouwen weer ruimte ontstaat.
Soms blijkt juist dat beiden zich in een eigen richting hebben ontwikkeld. Ook dat hoeft geen mislukking te zijn. Integendeel. Wanneer dat inzicht met openheid en respect wordt gedeeld, kan het de basis vormen voor een waardig afscheid én een passende nieuwe stap.

De uitnodiging van de tussentijd

Misschien is dat wel een van de kenmerken van een tussentijd.
Dat je de neiging voelt om direct een antwoord te willen, terwijl het leven je eerst uitnodigt om beter te kijken.

Niet:
“Hoe los ik dit zo snel mogelijk op?”
Maar:
“Wat vraagt deze situatie werkelijk van mij?”

En misschien nog wel fundamenteler in het voornoemde voorbeeld:
“Kan ik in deze omgeving nog trouw blijven aan wat voor mij wezenlijk is?”

Reflectie

• Waar ben je bezig jezelf aan te passen aan iets wat misschien niet meer werkelijk bij je past?
• Waar zou het je helpen om niet meteen te kiezen of los te laten, maar eerst zorgvuldig te onderzoeken wat er werkelijk speelt?

Verder lezen

In mijn eerdere essay De tussentijd – een persoonlijke zoektocht naar betekenis beschrijf ik hoe een overgangsperiode vaak begint lang voordat we zelf beseffen dat er iets wezenlijks aan het veranderen is. Juist die fase van onzekerheid kan de voedingsbodem zijn voor een nieuwe en meer authentieke richting.

Organisatieverandering: als het oude niet meer past
Ook organisaties kunnen in een tussentijd terechtkomen. Lees hoe ik directies en managementteams begeleid bij de menselijke kant van organisatieverandering.

Over Bureau de Poort

Bij Bureau de Poort begeleid ik mensen die op een kruispunt in hun leven of loopbaan staan. Soms gaat het om een concrete loopbaanvraag, soms om een dieper verlangen naar werk en leven dat beter past bij wie zij zijn geworden. Daarbij onderzoek ik samen met hen de samenhang tussen kwaliteiten, drijfveren, waarden en de context waarin zij werken en leven. Want duurzame keuzes ontstaan zelden door harder te duwen, maar vaak door beter te begrijpen wat er werkelijk aan de hand is.

Ook interessant:

Loopbaanbegeleiding en outplacement

Exit op je 61e. Na 30 jaar. En dan?

Erik Schutten

Zingeving in je werk

De tussentijd: Het ‘ontstaan’ van Bureau de Poort

Een persoonlijke zoektocht naar betekenis, die uiteindelijk de basis werd voor Bureau de Poort en mijn visie op loopbaan, zingeving en persoonlijke ontwikkeling.

Wanneer het oude niet meer werkt en het nieuwe nog niet zichtbaar is

Overleven

Sommige perioden in je leven herken je pas achteraf als een keerpunt. Terwijl je er middenin zit, probeer je vooral overeind te blijven. Je doet wat nodig is. Je lost op wat opgelost moet worden. Je denkt dat het leven straks wel weer normaal zal worden. Zo ging het ook bij mij.

Mijn partner was ziek geweest. Een jaar lang stond ons gezin in het teken van overleven. Ik had een nieuwe baan, we hadden drie jonge kinderen en er moest een huis worden gebouwd. Er was altijd wel iets dat aandacht vroeg. Ik deed wat ik al mijn hele leven had gedaan: verantwoordelijkheid nemen, hard werken en mijn schouders eronder zetten.

Pas toen de rust terugkeerde, gebeurde er iets waar ik niet op had gerekend. Ik bleek moe te zijn. Niet zomaar moe, maar uitgeput. Ik kon niet anders dan daaraan toegeven.

In die periode van stilte diende zich heel voorzichtig een vraag aan. Niet luid en ook niet dwingend. Meer als een fluistering. Zou het leven ook anders geleefd kunnen worden? Ik had geen idee wat ik met die vraag moest. Al mijn hele leven had ik belangstelling voor filosofie en spiritualiteit. Juist in die tijd kwam Het ‘Tibetaanse boek van leven en sterven’ op mijn pad. Daarin las ik over het begrip bardo: een overgangstoestand, een ruimte tussen wat geweest is en wat nog moet ontstaan.

Ik vond het een intrigerend beeld. Niet omdat ik op zoek was naar een nieuwe levensbeschouwing, maar omdat ik er iets van mezelf in herkende. Misschien leefde ik zelf ook wel in zo’n tussenruimte.

Een vraag die niet meer wegging

Nog indringender werd een andere vraag die zich in die periode aan mij opdrong. Wat heeft mijn leven voor zin gehad als ik morgen dood ben?

Ik kan me niet herinneren dat ik mezelf ooit eerder zo’n vraag had gesteld. En zeker niet op deze manier. Het was geen gedachte die ik met mijn hoofd onderzocht. Ik voelde haar door mijn hele lijf. Als ik in bed lag, bonsde mijn hart en wist ik dat ik deze vraag niet kon wegredeneren of als filosofisch tijdverdrijf kon afdoen.

Vrij snel drong een eerste inzicht zich aan mij op. Ik had zaken die in dit perspectief minder belangrijk waren – hard werken, carrière maken, mijn best doen en misschien ook wel een goede zoon willen zijn, ongemerkt op de voorgrond gezet. Andere zaken, zoals liefde, spiritualiteit, voelen, verbinding en zingeving, waren naar de achtergrond verdwenen.

Er vond iets van een omkering in mij plaats. Alleen wist ik nog niet hoe ik daarnaar moest leven. Ik zat niet met een antwoord, maar met een vraag. Een vraag die ik serieus wilde nemen.

Toen ik daarop terugkeek, begon ik ook beter te begrijpen hoe mijn leven zich had ontwikkeld. Als oudste zoon had ik al jong geleerd verstandig te zijn, verantwoordelijkheid te nemen en hard te werken. Dat had mij veel gebracht en ik ben daar nog steeds dankbaar voor. Maar ik ontdekte ook dat sommige kwaliteiten zo groot waren geworden dat ze andere delen van mij overschaduwden.

De flits van inzicht

Na enige tijd pakte ik mijn werk weer op. Aan de buitenkant leek er weinig veranderd. Ik functioneerde goed, had plezierige collega’s en deed werk waar op zichzelf niets mis mee was. Maar ergens wist ik dat ik niet meer dezelfde was. Ik probeerde dat gevoel weg te drukken. Ik deed beter mijn best. Zocht opnieuw houvast. Probeerde de oude jas toch nog passend te maken.

Tot die middag waarop ik terugfietste van een gesprek met de directie. Het gesprek speelde nog wat na in mijn hoofd. Ondertussen reed ik door het landschap tussen Enschede en Hengelo, genietend van de ruimte en de natuur.

Wat er toen gebeurde, zal ik nooit vergeten. Plotseling was het alsof het dak boven mijn hoofd openbrak. Ik ervoer een intens licht, een enorme helderheid die zich niet liet uitleggen en ook niet liet ontkennen. En in datzelfde ogenblik wist ik iets met een zekerheid die ik daarvoor nooit had gekend. Ik hoorde hier niet meer. Niet omdat het slecht werk was. Niet omdat ik ruzie had. Niet omdat ik was vastgelopen. Maar omdat ik voelde dat mijn leven ergens anders om vroeg.

Opmerkelijk genoeg wist ik nog helemaal niet waar dat ‘ergens anders’ lag. Ik wist alleen dát het bestond. Misschien is dat wel de vreemdste ervaring die ik ooit heb gehad: dat je iets volstrekt zeker weet, terwijl je de uitkomst nog niet kunt aanwijzen.

Ik stapte de leegte in met één vraag: Hoe kan mijn werk en mijn leven werkelijk betekenis hebben?

Achteraf besef ik dat ik toen niet op zoek was naar een andere baan. Ik was op zoek naar een andere manier van in het leven staan.

Niet het antwoord, maar de weg

De maanden daarna waren geen rechte lijn. Hoe ze precies verliepen, weet ik niet meer. Wat ik wel weet, is dat er langzaam iets in beweging kwam. Niet doordat ik harder nadacht, maar doordat ik ruimte maakte voor vragen waarop nog geen antwoord bestond.

Het eerste spannende moment was dat ik besefte dat ik daadwerkelijk afscheid moest nemen van mijn werk. Dat vond ik beangstigend. Ik zag op tegen de reactie van mijn vrouw en van mijn werkgever. Tot mijn verrassing reageerden beiden heel anders dan ik had verwacht. Mijn vrouw herkende mijn zoektocht en steunde mij. Ook mijn werkgever gunde mij de ruimte om die weg te verkennen.

Ik zocht bewust de stilte op en gaf mezelf toestemming om het even niet te weten. In gesprekken met een begeleider ontdekte ik dat sommige levensvragen zich niet laten oplossen door nog harder te denken. Ze vragen om verbeelding, intuïtie, geduld en de bereidheid om iets te laten rijpen.

Dat beeld vond ik later terug in de I Tjing, waar gesproken wordt over ‘De Kookpot’ waarin ingrediënten langzaam worden getransformeerd. Mijn leven hoefde niet opnieuw opgebouwd te worden; het moest de tijd krijgen om op smaak te komen.

Gaandeweg ontdekte ik misschien wel het belangrijkste inzicht van die hele periode. Ik was op zoek gegaan naar hét antwoord. Alsof ergens een juiste bestemming op mij lag te wachten en ik die alleen maar hoefde te vinden.

Langzaam begon ik iets anders te zien. Het ging niet om het antwoord. Het ging om de weg. Iedere stap maakte de volgende stap zichtbaar. Ik ontdekte ook dat ik niet alleen professional wilde zijn. Ik wilde mensen ontmoeten als mens.

Mijn eigen ervaringen en mijn zoektocht hoefden niet buiten de deur te blijven. Ze konden juist een bron van begrip zijn voor anderen die zelf op een kruispunt stonden.

Bardo en De poort

Vanuit die gedachte ontstond mijn eerste praktijk: Bardo Consult.

Die naam was geen toevallige keuze. Voor mij stond bardo voor de overgangsruimte waarin oude zekerheden verdwijnen en nieuwe mogelijkheden zich voorzichtig aandienen.

Later veranderde de naam in Bureau de Poort. De naam veranderde. De ervaring bleef.

Inmiddels ontmoet ik in mijn werk veel mensen die zich op zo’n drempel bevinden. Mensen die merken dat hun werk niet meer past, nadenken over een volgende loopbaanstap, worstelen met een reorganisatie, de overgang naar pensioen beleven of zich afvragen hoe zij hun leven meer betekenis kunnen geven. Vaak denken ze dat ze een antwoord zoeken. Maar regelmatig ontdekken we samen dat er eerst iets anders nodig is. Ruimte. Vertraging. De moed om het even niet te weten.

Als ik iets heb geleerd van mijn eigen zoektocht, dan is het dit. We proberen de leegte meestal zo snel mogelijk op te vullen. Met een nieuwe baan. Een nieuw plan. Een nieuwe zekerheid.

Misschien doen we onszelf daarmee tekort. Misschien vraagt de tussentijd juist iets anders van ons. Niet om harder te zoeken. Maar om beter te luisteren. Niet om sneller te beslissen. Maar om de vraag werkelijk toe te laten.

Wellicht is de tussentijd geen probleem dat opgelost moet worden. Misschien is zij een fase die geleefd wil worden.

Herken je dit?

De tussentijd beperkt zich niet tot één ingrijpende gebeurtenis. Ik kom haar in mijn werk regelmatig tegen, onder andere bij mensen die:

  • merken dat hun werk niet meer bij hen past, maar nog niet weten wat dan wel;
  • na een reorganisatie of ontslag opnieuw richting zoeken;
  • de overstap maken naar zelfstandig ondernemerschap;
  • voor de keuze staan om wel of niet met pensioen te gaan;
  • na een periode van ziekte of burn-out hun leven opnieuw willen inrichten;
  • verlangen naar meer zingeving, maar nog geen woorden hebben voor wat zij werkelijk zoeken.

Vaak is de eerste neiging om zo snel mogelijk een oplossing te vinden. Een nieuwe baan. Een concreet plan. Een beslissing die de onzekerheid wegneemt.

Mijn ervaring is dat de belangrijkste beweging soms juist ontstaat wanneer we de moed hebben om een tijd met de vraag te leven.

Dat is ook de kern van mijn werk als coach bij Bureau de Poort: samen onderzoeken wat zich in deze overgangsruimte wil aandienen, zodat keuzes niet alleen logisch zijn, maar ook werkelijk passen bij wie je bent en wat voor jou van waarde is.

Over Bureau de Poort

Bij Bureau de Poort begeleid ik mensen die zich op een overgangspunt in hun leven bevinden. Dat kan gaan over een loopbaan die niet meer past, de stap naar ander werk, de overgang naar pensioen, een reorganisatie, ziekte of een bredere zoektocht naar richting en zingeving.
Steeds opnieuw ervaar ik dat duurzame keuzes vaak niet ontstaan door harder te zoeken, maar door beter te luisteren naar wat zich van binnen aandient.

Om mee te nemen

  • Waar weet je diep van binnen dat iets niet meer klopt, terwijl je nog niet weet wat ervoor in de plaats mag komen?
  • Welke vraag in jouw leven vraagt op dit moment om aandacht, terwijl je haar misschien liever uit de weg gaat?

Verder lezen

Andere inzichten over Tussentijd

De tussentijd (2): niet kiezen of loslaten, maar onderzoeken

De overgang van werken naar niet-werken: een fase die meer vraagt dan ‘even afronden’

Exit op je 61e. Na 30 jaar. En dan?

Van Pasen naar de tussentijd

 

Pleasen: De Aap op je schouder

In het Uffizi in Florence bleef ik onverwacht staan bij een schilderij van Carracci.
Een man met een aap op zijn schouder. De man lacht, alsof het erbij hoort.
Alsof hij nauwelijks merkt dat het dier hem vasthoudt.

Ik moest er vandaag opnieuw aan denken tijdens een intakegesprek.

Een man vertelde hoe hij steeds ongevraagd helpt, overal inspringt, grenzen slecht aanvoelt en in contact soms te ver gaat. Niet vanuit slechte intenties, eerder vanuit een bijna automatische behoefte om aardig, behulpzaam en betrokken te zijn. Maar juist dat begint hem nu serieus op te breken. Op zijn werk zijn er eerder waarschuwingen geweest. Nu is de situatie verder geëscaleerd. Ook thuis zorgt het voor spanning.

Wat mij opviel was hoe lastig het voor hem was om werkelijk stil te staan bij de vraag:
wat drijft mij hier eigenlijk écht? Want mensen doen dit soort dingen zelden zomaar. Onder  pleasen, “te behulpzaam”, “te aanwezig” of “grenzen niet aanvoelen” zit vaak iets anders:
de behoefte om gewaardeerd te worden, erbij te horen, belangrijk te zijn, afwijzing te voorkomen, of de leegte niet te hoeven voelen die ontstaat als je níet nodig bent.

En precies daar moest ik aan denken bij dat schilderij van Carracci.

Soms dragen wij patronen zo lang met ons mee dat ze vertrouwd gaan voelen.
Ze lijken bijna samen te vallen met wie we zijn. Totdat je ontdekt:
misschien draag ik dit patroon niet alleen…
misschien draagt het míj.

En op dat kantelpunt kan echte ontwikkeling beginnen.
Niet bij schuld of schaamte.
Maar bij het eerlijk durven kijken naar de eigen drijfveren onder gedrag.

Dat vraagt moed.
Meer moed dan jezelf blijven verdedigen.

Welke patronen voelen voor jou inmiddels zo vertrouwd dat je nauwelijks nog merkt dat ze op jouw schouder zitten?

Laat mij contact met je opnemen

Van Pasen naar de tussentijd

Over wat er begint ná het nieuwe begin

Pasen ligt net achter ons. Het feest van nieuw leven. Van opstanding. Van een nieuw begin. Maar in mijn praktijk zie ik ook iets anders.

Voor veel mensen begint het daar pas. Niet het nieuwe leven zelf, maar de fase erna. De fase waarin het oude losgelaten is, maar het nieuwe nog geen vorm heeft.

Ik noem dat de tussentijd.

Het moment ná het masker

We kijken vaak naar verandering in duidelijke momenten:
een besluit, een afscheid, een nieuwe baan, een doorbraak. Maar wat er tussen die momenten gebeurt, krijgt nauwelijks aandacht.

De periode waarin:

  • je oude werk niet meer past
  • een rol verschuift of zwaarder wordt
  • zekerheden verdwijnen
  • en het nieuwe nog niet tastbaar is

Waar het beeld van carnaval – vasten – Pasen helpt om deze beweging te begrijpen, zie ik in mijn praktijk dat juist die middelste fase doorslaggevend is.

Niet als voorbereiding maar als een fase met een eigen betekenis.

Een voorbeeld uit mijn praktijk

Een schoolleider met wie ik werk zit midden in zo’n fase. De afgelopen jaren waren onrustig: wisselingen in de directie, personele spanningen, bezuinigingen. Zes mensen uit de schoolleiding vertrokken. En komend jaar wordt de structuur opnieuw veranderd: minder leidinggevenden, maar met zwaardere verantwoordelijkheden.

Zijn vragen waren herkenbaar:

  • Blijf ik dit doen?
  • Zet ik nog een stap richting eindverantwoordelijkheid?
  • Of zoek ik iets anders, meer inhoudelijk?

Aan de buitenkant lijkt dat een loopbaanvraag. Maar in de praktijk bleek het iets anders.

Door stil te staan bij zijn biografie en de lijn in zijn ontwikkeling, werd zichtbaar wat er werkelijk speelde: niet de vraag wat moet ik doen?, maar hoe neem ik positie?

Het ging uiteindelijk niet over ander werk maar over:

  • steviger staan in zijn rol
  • vertrouwen op zijn eigen oordeel
  • zich minder laten intimideren door dominante collega’s

Niet weg uit de situatie, maar anders aanwezig zijn erin.

De neiging om te snel door te willen

De meeste mensen willen uit zo’n fase zo snel mogelijk een antwoord. Logisch. Het voelt ongemakkelijk.

Je weet minder zeker wie je bent.
Je oude manieren werken niet meer vanzelf.
De druk van buiten neemt juist toe.

Dus ga je zoeken:

  • naar oplossingen
  • naar nieuw werk
  • naar houvast

En precies daar gaat het vaak mis.

Als je deze fase overslaat, neem je jezelf niet mee in je volgende stap.
Dan verandert de context, maar niet jouw manier van aanwezig zijn.

De functie van de tussentijd

De tussentijd vraagt iets anders. Geen actie, maar vertraging.
Geen snelle antwoorden, maar het uithouden van het niet-weten.

Dat is geen lege fase.
Het is een fase waarin:

  • oude identificaties loskomen
  • onderliggende patronen zichtbaar worden
  • niet-geleefde kwaliteiten zich aandienen
  • en nieuwe richting zich van binnenuit begint te vormen

Niet omdat je het bedenkt maar omdat je er ruimte voor maakt.

In mijn praktijk

In mijn werk bij Bureau de Poort begeleid ik mensen juist in deze fase.

Niet om zo snel mogelijk een oplossing te vinden,
maar om deze periode vruchtbaar te maken.

Dat vraagt:

  • vertragen waar je wilt versnellen
  • kijken waar je wilt oplossen
  • voelen waar je wilt begrijpen

En vooral:
de bereidheid om ook een tijdje ‘niet te weten’.

Pasen is geen eindpunt

Als Pasen ergens voor staat, dan is het niet alleen het nieuwe leven zelf.
Maar ook de weg ernaartoe. En misschien nog wel belangrijker:
de bereidheid om eerst door die leegte te gaan.

Niet als tussenstation.
Maar als wezenlijk onderdeel van verandering.

Herken je dat je in zo’n fase zit?
Dat het oude niet meer klopt, maar het nieuwe zich nog niet laat grijpen?

Dan zit je niet vast.
Dan zit je in de tussentijd.

En daar begint het echte werk.

Laat mij contact met je opnemen

Andere blogs over Tussentijd

De tussentijd (1)

De overgang van werken naar niet-werken: een fase die meer vraagt dan ‘even afronden’

Exit op je 61e. Na 30 jaar. En dan?

 

What Makes You Come Alive?

Veel mensen zoeken in hun werk naar betekenis: Wat kan ik bijdragen? Wat heeft de wereld nodig van mij? Maar echte vervulling begint niet buiten jezelf — die begint bij wat jou levend maakt. Als coach ontmoet ik vaak mensen die vastlopen in ‘moeten’ en verwachtingen. In deze blog deel ik een ervaring uit mijn praktijk over hoe de omslag van doen wat hoort naar leven wat klopt kan zorgen voor nieuwe energie, werkplezier en richting.

“Don’t ask what the world needs.
Ask what makes you come alive and go do it.”

Howard Thurman (1899–1981)

Deze woorden van Howard Thurman kwamen opnieuw bij me boven tijdens een coachgesprek dat ik onlangs voerde. Mijn coachee was druk bezig met nadenken over wat de wereld van hem nodig had en liep daarin vast.

Een herkenbaar patroon. Veel mensen die voor een eerste gesprek over hun loopbaan of zingeving bij me komen, stellen vragen als: Wat kan ik betekenen? Hoe kan ik mijn kwaliteiten beter inzetten? Wat heeft de wereld eigenlijk aan mij?

Goede, maar ook grote vragen. En vaak beginnen we dan in de buitenwereld. Logisch, want werk speelt zich daar af. Toch ligt de sleutel niet buiten, maar binnenin.

De omkering: van buiten naar binnen

Thurman wijst op een fundamentele omkering: het begint niet bij wat de wereld van jou nodig heeft, maar bij datgene waardoor jij tot leven komt.
Waar voel jij enthousiasme, energie, vuur?
Daar, precies daar, begint de inspiratie voor een bezielde bijdrage, in je werk én in je leven.

Wanneer ik dit onderwerp aansnijd, reageren mensen vaak met:
“Maar dan denk ik toch alleen aan mezelf? Is dat niet egoïstisch?”

Dat is begrijpelijk, maar het tegendeel is waar. Echte verbinding met anderen begint pas wanneer jij in contact bent met je eigen bron van levendigheid. Alleen dan kun je iets echts brengen.

Een voorbeeld uit de praktijk

Ik begeleidde eens een organisatieadviseur die steeds beter werd in zijn vak. Succes leek hem vooral te betekenen dat hij opdrachten binnenhaalde en zijn omzet groeide. Toch voelde hij dat hij het plezier kwijt was geraakt.
Toen hij promotie kon maken, twijfelde hij: “Is dit nu echt wat ik wil?”

We gingen onderzoeken waar zijn eigen energie zat. Het bleek dat hij avontuur en vrijheid miste. Jarenlang had hij geleerd om te presteren en te voldoen aan verwachtingen, wat volgens hem “de wereld nodig had”. Maar zijn eigen drijfveren, zijn speelsheid en plezier, waren op de achtergrond geraakt.

Langzaam begon hij dat te herstellen. Eerst privé, door letterlijk meer avontuur op te zoeken. En daarna ook in zijn werk, waar hij meer ruimte ging nemen om zichzelf te laten zien. De verandering die dat bracht was opmerkelijk: zijn werk kreeg weer glans, relaties met klanten verdiepten, en hij voelde zich opnieuw levend in wat hij deed.

Wat maakt jou levend?

Ask what makes you come alive – and go do it.
Het is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Maar het begint bij eerlijkheid.
Waar verlang je écht naar? Wat laat je hart sneller kloppen?

Durf te spelen in je werk.
Breng humor, schoonheid, avontuur of stilte in wat je doet.
En bovenal: durf jezelf te volgen.

Want stel je eens voor dat kunstenaars als Leonard Cohen, Bach of Picasso alleen hadden gedaan wat ze dachten dat “de wereld nodig had”. We zouden veel minder schoonheid, troost en inspiratie kennen.

Howard Thurman was de spirituele mentor van onder andere Martin Luther King, iemand die juist door zijn innerlijke bezieling een wereldwijde impact had.

Tot slot

Wat mijzelf betreft: ook ik moet steeds opnieuw kijken hoe ik kan blijven spelen, ontdekken, muziek maken in wat ik doe.
En jij?
Hoe kun jij in je leven meer ruimte maken voor what makes you come alive?

Over Bureau De Poort

Bij Bureau De Poort begeleid ik mensen en teams in vragen rond loopbaanontwikkeling, zingeving, persoonlijk leiderschap en werkgeluk. Wil je onderzoeken wat jou écht levend maakt?
Je bent van harte welkom voor een kennismakingsgesprek.

Laat mij contact met je opnemen