De tussentijd: Het ‘ontstaan’ van Bureau de Poort

Een persoonlijke zoektocht naar betekenis, die uiteindelijk de basis werd voor Bureau de Poort en mijn visie op loopbaan, zingeving en persoonlijke ontwikkeling.

Wanneer het oude niet meer werkt en het nieuwe nog niet zichtbaar is

Overleven

Sommige perioden in je leven herken je pas achteraf als een keerpunt. Terwijl je er middenin zit, probeer je vooral overeind te blijven. Je doet wat nodig is. Je lost op wat opgelost moet worden. Je denkt dat het leven straks wel weer normaal zal worden. Zo ging het ook bij mij.

Mijn partner was ziek geweest. Een jaar lang stond ons gezin in het teken van overleven. Ik had een nieuwe baan, we hadden drie jonge kinderen en er moest een huis worden gebouwd. Er was altijd wel iets dat aandacht vroeg. Ik deed wat ik al mijn hele leven had gedaan: verantwoordelijkheid nemen, hard werken en mijn schouders eronder zetten.

Pas toen de rust terugkeerde, gebeurde er iets waar ik niet op had gerekend. Ik bleek moe te zijn. Niet zomaar moe, maar uitgeput. Ik kon niet anders dan daaraan toegeven.

In die periode van stilte diende zich heel voorzichtig een vraag aan. Niet luid en ook niet dwingend. Meer als een fluistering. Zou het leven ook anders geleefd kunnen worden? Ik had geen idee wat ik met die vraag moest. Al mijn hele leven had ik belangstelling voor filosofie en spiritualiteit. Juist in die tijd kwam Het ‘Tibetaanse boek van leven en sterven’ op mijn pad. Daarin las ik over het begrip bardo: een overgangstoestand, een ruimte tussen wat geweest is en wat nog moet ontstaan.

Ik vond het een intrigerend beeld. Niet omdat ik op zoek was naar een nieuwe levensbeschouwing, maar omdat ik er iets van mezelf in herkende. Misschien leefde ik zelf ook wel in zo’n tussenruimte.

Een vraag die niet meer wegging

Nog indringender werd een andere vraag die zich in die periode aan mij opdrong. Wat heeft mijn leven voor zin gehad als ik morgen dood ben?

Ik kan me niet herinneren dat ik mezelf ooit eerder zo’n vraag had gesteld. En zeker niet op deze manier. Het was geen gedachte die ik met mijn hoofd onderzocht. Ik voelde haar door mijn hele lijf. Als ik in bed lag, bonsde mijn hart en wist ik dat ik deze vraag niet kon wegredeneren of als filosofisch tijdverdrijf kon afdoen.

Vrij snel drong een eerste inzicht zich aan mij op. Ik had zaken die in dit perspectief minder belangrijk waren – hard werken, carrière maken, mijn best doen en misschien ook wel een goede zoon willen zijn, ongemerkt op de voorgrond gezet. Andere zaken, zoals liefde, spiritualiteit, voelen, verbinding en zingeving, waren naar de achtergrond verdwenen.

Er vond iets van een omkering in mij plaats. Alleen wist ik nog niet hoe ik daarnaar moest leven. Ik zat niet met een antwoord, maar met een vraag. Een vraag die ik serieus wilde nemen.

Toen ik daarop terugkeek, begon ik ook beter te begrijpen hoe mijn leven zich had ontwikkeld. Als oudste zoon had ik al jong geleerd verstandig te zijn, verantwoordelijkheid te nemen en hard te werken. Dat had mij veel gebracht en ik ben daar nog steeds dankbaar voor. Maar ik ontdekte ook dat sommige kwaliteiten zo groot waren geworden dat ze andere delen van mij overschaduwden.

De flits van inzicht

Na enige tijd pakte ik mijn werk weer op. Aan de buitenkant leek er weinig veranderd. Ik functioneerde goed, had plezierige collega’s en deed werk waar op zichzelf niets mis mee was. Maar ergens wist ik dat ik niet meer dezelfde was. Ik probeerde dat gevoel weg te drukken. Ik deed beter mijn best. Zocht opnieuw houvast. Probeerde de oude jas toch nog passend te maken.

Tot die middag waarop ik terugfietste van een gesprek met de directie. Het gesprek speelde nog wat na in mijn hoofd. Ondertussen reed ik door het landschap tussen Enschede en Hengelo, genietend van de ruimte en de natuur.

Wat er toen gebeurde, zal ik nooit vergeten. Plotseling was het alsof het dak boven mijn hoofd openbrak. Ik ervoer een intens licht, een enorme helderheid die zich niet liet uitleggen en ook niet liet ontkennen. En in datzelfde ogenblik wist ik iets met een zekerheid die ik daarvoor nooit had gekend. Ik hoorde hier niet meer. Niet omdat het slecht werk was. Niet omdat ik ruzie had. Niet omdat ik was vastgelopen. Maar omdat ik voelde dat mijn leven ergens anders om vroeg.

Opmerkelijk genoeg wist ik nog helemaal niet waar dat ‘ergens anders’ lag. Ik wist alleen dát het bestond. Misschien is dat wel de vreemdste ervaring die ik ooit heb gehad: dat je iets volstrekt zeker weet, terwijl je de uitkomst nog niet kunt aanwijzen.

Ik stapte de leegte in met één vraag: Hoe kan mijn werk en mijn leven werkelijk betekenis hebben?

Achteraf besef ik dat ik toen niet op zoek was naar een andere baan. Ik was op zoek naar een andere manier van in het leven staan.

Niet het antwoord, maar de weg

De maanden daarna waren geen rechte lijn. Hoe ze precies verliepen, weet ik niet meer. Wat ik wel weet, is dat er langzaam iets in beweging kwam. Niet doordat ik harder nadacht, maar doordat ik ruimte maakte voor vragen waarop nog geen antwoord bestond.

Het eerste spannende moment was dat ik besefte dat ik daadwerkelijk afscheid moest nemen van mijn werk. Dat vond ik beangstigend. Ik zag op tegen de reactie van mijn vrouw en van mijn werkgever. Tot mijn verrassing reageerden beiden heel anders dan ik had verwacht. Mijn vrouw herkende mijn zoektocht en steunde mij. Ook mijn werkgever gunde mij de ruimte om die weg te verkennen.

Ik zocht bewust de stilte op en gaf mezelf toestemming om het even niet te weten. In gesprekken met een begeleider ontdekte ik dat sommige levensvragen zich niet laten oplossen door nog harder te denken. Ze vragen om verbeelding, intuïtie, geduld en de bereidheid om iets te laten rijpen.

Dat beeld vond ik later terug in de I Tjing, waar gesproken wordt over ‘De Kookpot’ waarin ingrediënten langzaam worden getransformeerd. Mijn leven hoefde niet opnieuw opgebouwd te worden; het moest de tijd krijgen om op smaak te komen.

Gaandeweg ontdekte ik misschien wel het belangrijkste inzicht van die hele periode. Ik was op zoek gegaan naar hét antwoord. Alsof ergens een juiste bestemming op mij lag te wachten en ik die alleen maar hoefde te vinden.

Langzaam begon ik iets anders te zien. Het ging niet om het antwoord. Het ging om de weg. Iedere stap maakte de volgende stap zichtbaar. Ik ontdekte ook dat ik niet alleen professional wilde zijn. Ik wilde mensen ontmoeten als mens.

Mijn eigen ervaringen en mijn zoektocht hoefden niet buiten de deur te blijven. Ze konden juist een bron van begrip zijn voor anderen die zelf op een kruispunt stonden.

Bardo en De poort

Vanuit die gedachte ontstond mijn eerste praktijk: Bardo Consult.

Die naam was geen toevallige keuze. Voor mij stond bardo voor de overgangsruimte waarin oude zekerheden verdwijnen en nieuwe mogelijkheden zich voorzichtig aandienen.

Later veranderde de naam in Bureau de Poort. De naam veranderde. De ervaring bleef.

Inmiddels ontmoet ik in mijn werk veel mensen die zich op zo’n drempel bevinden. Mensen die merken dat hun werk niet meer past, nadenken over een volgende loopbaanstap, worstelen met een reorganisatie, de overgang naar pensioen beleven of zich afvragen hoe zij hun leven meer betekenis kunnen geven. Vaak denken ze dat ze een antwoord zoeken. Maar regelmatig ontdekken we samen dat er eerst iets anders nodig is. Ruimte. Vertraging. De moed om het even niet te weten.

Als ik iets heb geleerd van mijn eigen zoektocht, dan is het dit. We proberen de leegte meestal zo snel mogelijk op te vullen. Met een nieuwe baan. Een nieuw plan. Een nieuwe zekerheid.

Misschien doen we onszelf daarmee tekort. Misschien vraagt de tussentijd juist iets anders van ons. Niet om harder te zoeken. Maar om beter te luisteren. Niet om sneller te beslissen. Maar om de vraag werkelijk toe te laten.

Wellicht is de tussentijd geen probleem dat opgelost moet worden. Misschien is zij een fase die geleefd wil worden.

Herken je dit?

De tussentijd beperkt zich niet tot één ingrijpende gebeurtenis. Ik kom haar in mijn werk regelmatig tegen, onder andere bij mensen die:

  • merken dat hun werk niet meer bij hen past, maar nog niet weten wat dan wel;
  • na een reorganisatie of ontslag opnieuw richting zoeken;
  • de overstap maken naar zelfstandig ondernemerschap;
  • voor de keuze staan om wel of niet met pensioen te gaan;
  • na een periode van ziekte of burn-out hun leven opnieuw willen inrichten;
  • verlangen naar meer zingeving, maar nog geen woorden hebben voor wat zij werkelijk zoeken.

Vaak is de eerste neiging om zo snel mogelijk een oplossing te vinden. Een nieuwe baan. Een concreet plan. Een beslissing die de onzekerheid wegneemt.

Mijn ervaring is dat de belangrijkste beweging soms juist ontstaat wanneer we de moed hebben om een tijd met de vraag te leven.

Dat is ook de kern van mijn werk als coach bij Bureau de Poort: samen onderzoeken wat zich in deze overgangsruimte wil aandienen, zodat keuzes niet alleen logisch zijn, maar ook werkelijk passen bij wie je bent en wat voor jou van waarde is.

Over Bureau de Poort

Bij Bureau de Poort begeleid ik mensen die zich op een overgangspunt in hun leven bevinden. Dat kan gaan over een loopbaan die niet meer past, de stap naar ander werk, de overgang naar pensioen, een reorganisatie, ziekte of een bredere zoektocht naar richting en zingeving.
Steeds opnieuw ervaar ik dat duurzame keuzes vaak niet ontstaan door harder te zoeken, maar door beter te luisteren naar wat zich van binnen aandient.

Om mee te nemen

  • Waar weet je diep van binnen dat iets niet meer klopt, terwijl je nog niet weet wat ervoor in de plaats mag komen?
  • Welke vraag in jouw leven vraagt op dit moment om aandacht, terwijl je haar misschien liever uit de weg gaat?

Verder lezen

Andere blogs over Tussentijd

De overgang van werken naar niet-werken: een fase die meer vraagt dan ‘even afronden’

Exit op je 61e. Na 30 jaar. En dan?

Van Pasen naar de tussentijd

 

Pleasen: De Aap op je schouder

In het Uffizi in Florence bleef ik onverwacht staan bij een schilderij van Carracci.
Een man met een aap op zijn schouder. De man lacht, alsof het erbij hoort.
Alsof hij nauwelijks merkt dat het dier hem vasthoudt.

Ik moest er vandaag opnieuw aan denken tijdens een intakegesprek.

Een man vertelde hoe hij steeds ongevraagd helpt, overal inspringt, grenzen slecht aanvoelt en in contact soms te ver gaat. Niet vanuit slechte intenties, eerder vanuit een bijna automatische behoefte om aardig, behulpzaam en betrokken te zijn. Maar juist dat begint hem nu serieus op te breken. Op zijn werk zijn er eerder waarschuwingen geweest. Nu is de situatie verder geëscaleerd. Ook thuis zorgt het voor spanning.

Wat mij opviel was hoe lastig het voor hem was om werkelijk stil te staan bij de vraag:
wat drijft mij hier eigenlijk écht? Want mensen doen dit soort dingen zelden zomaar. Onder  pleasen, “te behulpzaam”, “te aanwezig” of “grenzen niet aanvoelen” zit vaak iets anders:
de behoefte om gewaardeerd te worden, erbij te horen, belangrijk te zijn, afwijzing te voorkomen, of de leegte niet te hoeven voelen die ontstaat als je níet nodig bent.

En precies daar moest ik aan denken bij dat schilderij van Carracci.

Soms dragen wij patronen zo lang met ons mee dat ze vertrouwd gaan voelen.
Ze lijken bijna samen te vallen met wie we zijn. Totdat je ontdekt:
misschien draag ik dit patroon niet alleen…
misschien draagt het míj.

En op dat kantelpunt kan echte ontwikkeling beginnen.
Niet bij schuld of schaamte.
Maar bij het eerlijk durven kijken naar de eigen drijfveren onder gedrag.

Dat vraagt moed.
Meer moed dan jezelf blijven verdedigen.

Welke patronen voelen voor jou inmiddels zo vertrouwd dat je nauwelijks nog merkt dat ze op jouw schouder zitten?

Laat mij contact met je opnemen

Van Pasen naar de tussentijd

Over wat er begint ná het nieuwe begin

Pasen ligt net achter ons. Het feest van nieuw leven. Van opstanding. Van een nieuw begin. Maar in mijn praktijk zie ik ook iets anders.

Voor veel mensen begint het daar pas. Niet het nieuwe leven zelf, maar de fase erna. De fase waarin het oude losgelaten is, maar het nieuwe nog geen vorm heeft.

Ik noem dat de tussentijd.

Het moment ná het masker

We kijken vaak naar verandering in duidelijke momenten:
een besluit, een afscheid, een nieuwe baan, een doorbraak. Maar wat er tussen die momenten gebeurt, krijgt nauwelijks aandacht.

De periode waarin:

  • je oude werk niet meer past
  • een rol verschuift of zwaarder wordt
  • zekerheden verdwijnen
  • en het nieuwe nog niet tastbaar is

Waar het beeld van carnaval – vasten – Pasen helpt om deze beweging te begrijpen, zie ik in mijn praktijk dat juist die middelste fase doorslaggevend is.

Niet als voorbereiding maar als een fase met een eigen betekenis.

Een voorbeeld uit mijn praktijk

Een schoolleider met wie ik werk zit midden in zo’n fase. De afgelopen jaren waren onrustig: wisselingen in de directie, personele spanningen, bezuinigingen. Zes mensen uit de schoolleiding vertrokken. En komend jaar wordt de structuur opnieuw veranderd: minder leidinggevenden, maar met zwaardere verantwoordelijkheden.

Zijn vragen waren herkenbaar:

  • Blijf ik dit doen?
  • Zet ik nog een stap richting eindverantwoordelijkheid?
  • Of zoek ik iets anders, meer inhoudelijk?

Aan de buitenkant lijkt dat een loopbaanvraag. Maar in de praktijk bleek het iets anders.

Door stil te staan bij zijn biografie en de lijn in zijn ontwikkeling, werd zichtbaar wat er werkelijk speelde: niet de vraag wat moet ik doen?, maar hoe neem ik positie?

Het ging uiteindelijk niet over ander werk maar over:

  • steviger staan in zijn rol
  • vertrouwen op zijn eigen oordeel
  • zich minder laten intimideren door dominante collega’s

Niet weg uit de situatie, maar anders aanwezig zijn erin.

De neiging om te snel door te willen

De meeste mensen willen uit zo’n fase zo snel mogelijk een antwoord. Logisch. Het voelt ongemakkelijk.

Je weet minder zeker wie je bent.
Je oude manieren werken niet meer vanzelf.
De druk van buiten neemt juist toe.

Dus ga je zoeken:

  • naar oplossingen
  • naar nieuw werk
  • naar houvast

En precies daar gaat het vaak mis.

Als je deze fase overslaat, neem je jezelf niet mee in je volgende stap.
Dan verandert de context, maar niet jouw manier van aanwezig zijn.

De functie van de tussentijd

De tussentijd vraagt iets anders. Geen actie, maar vertraging.
Geen snelle antwoorden, maar het uithouden van het niet-weten.

Dat is geen lege fase.
Het is een fase waarin:

  • oude identificaties loskomen
  • onderliggende patronen zichtbaar worden
  • niet-geleefde kwaliteiten zich aandienen
  • en nieuwe richting zich van binnenuit begint te vormen

Niet omdat je het bedenkt maar omdat je er ruimte voor maakt.

In mijn praktijk

In mijn werk bij Bureau de Poort begeleid ik mensen juist in deze fase.

Niet om zo snel mogelijk een oplossing te vinden,
maar om deze periode vruchtbaar te maken.

Dat vraagt:

  • vertragen waar je wilt versnellen
  • kijken waar je wilt oplossen
  • voelen waar je wilt begrijpen

En vooral:
de bereidheid om ook een tijdje ‘niet te weten’.

Pasen is geen eindpunt

Als Pasen ergens voor staat, dan is het niet alleen het nieuwe leven zelf.
Maar ook de weg ernaartoe. En misschien nog wel belangrijker:
de bereidheid om eerst door die leegte te gaan.

Niet als tussenstation.
Maar als wezenlijk onderdeel van verandering.

Herken je dat je in zo’n fase zit?
Dat het oude niet meer klopt, maar het nieuwe zich nog niet laat grijpen?

Dan zit je niet vast.
Dan zit je in de tussentijd.

En daar begint het echte werk.

Laat mij contact met je opnemen

Andere blogs over Tussentijd

De tussentijd (1)

De overgang van werken naar niet-werken: een fase die meer vraagt dan ‘even afronden’

Exit op je 61e. Na 30 jaar. En dan?

 

What Makes You Come Alive?

Veel mensen zoeken in hun werk naar betekenis: Wat kan ik bijdragen? Wat heeft de wereld nodig van mij? Maar echte vervulling begint niet buiten jezelf — die begint bij wat jou levend maakt. Als coach ontmoet ik vaak mensen die vastlopen in ‘moeten’ en verwachtingen. In deze blog deel ik een ervaring uit mijn praktijk over hoe de omslag van doen wat hoort naar leven wat klopt kan zorgen voor nieuwe energie, werkplezier en richting.

“Don’t ask what the world needs.
Ask what makes you come alive and go do it.”

Howard Thurman (1899–1981)

Deze woorden van Howard Thurman kwamen opnieuw bij me boven tijdens een coachgesprek dat ik onlangs voerde. Mijn coachee was druk bezig met nadenken over wat de wereld van hem nodig had en liep daarin vast.

Een herkenbaar patroon. Veel mensen die voor een eerste gesprek over hun loopbaan of zingeving bij me komen, stellen vragen als: Wat kan ik betekenen? Hoe kan ik mijn kwaliteiten beter inzetten? Wat heeft de wereld eigenlijk aan mij?

Goede, maar ook grote vragen. En vaak beginnen we dan in de buitenwereld. Logisch, want werk speelt zich daar af. Toch ligt de sleutel niet buiten, maar binnenin.

De omkering: van buiten naar binnen

Thurman wijst op een fundamentele omkering: het begint niet bij wat de wereld van jou nodig heeft, maar bij datgene waardoor jij tot leven komt.
Waar voel jij enthousiasme, energie, vuur?
Daar, precies daar, begint de inspiratie voor een bezielde bijdrage, in je werk én in je leven.

Wanneer ik dit onderwerp aansnijd, reageren mensen vaak met:
“Maar dan denk ik toch alleen aan mezelf? Is dat niet egoïstisch?”

Dat is begrijpelijk, maar het tegendeel is waar. Echte verbinding met anderen begint pas wanneer jij in contact bent met je eigen bron van levendigheid. Alleen dan kun je iets echts brengen.

Een voorbeeld uit de praktijk

Ik begeleidde eens een organisatieadviseur die steeds beter werd in zijn vak. Succes leek hem vooral te betekenen dat hij opdrachten binnenhaalde en zijn omzet groeide. Toch voelde hij dat hij het plezier kwijt was geraakt.
Toen hij promotie kon maken, twijfelde hij: “Is dit nu echt wat ik wil?”

We gingen onderzoeken waar zijn eigen energie zat. Het bleek dat hij avontuur en vrijheid miste. Jarenlang had hij geleerd om te presteren en te voldoen aan verwachtingen, wat volgens hem “de wereld nodig had”. Maar zijn eigen drijfveren, zijn speelsheid en plezier, waren op de achtergrond geraakt.

Langzaam begon hij dat te herstellen. Eerst privé, door letterlijk meer avontuur op te zoeken. En daarna ook in zijn werk, waar hij meer ruimte ging nemen om zichzelf te laten zien. De verandering die dat bracht was opmerkelijk: zijn werk kreeg weer glans, relaties met klanten verdiepten, en hij voelde zich opnieuw levend in wat hij deed.

Wat maakt jou levend?

Ask what makes you come alive – and go do it.
Het is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Maar het begint bij eerlijkheid.
Waar verlang je écht naar? Wat laat je hart sneller kloppen?

Durf te spelen in je werk.
Breng humor, schoonheid, avontuur of stilte in wat je doet.
En bovenal: durf jezelf te volgen.

Want stel je eens voor dat kunstenaars als Leonard Cohen, Bach of Picasso alleen hadden gedaan wat ze dachten dat “de wereld nodig had”. We zouden veel minder schoonheid, troost en inspiratie kennen.

Howard Thurman was de spirituele mentor van onder andere Martin Luther King, iemand die juist door zijn innerlijke bezieling een wereldwijde impact had.

Tot slot

Wat mijzelf betreft: ook ik moet steeds opnieuw kijken hoe ik kan blijven spelen, ontdekken, muziek maken in wat ik doe.
En jij?
Hoe kun jij in je leven meer ruimte maken voor what makes you come alive?

Over Bureau De Poort

Bij Bureau De Poort begeleid ik mensen en teams in vragen rond loopbaanontwikkeling, zingeving, persoonlijk leiderschap en werkgeluk. Wil je onderzoeken wat jou écht levend maakt?
Je bent van harte welkom voor een kennismakingsgesprek.

Laat mij contact met je opnemen