De tussentijd: Het ‘ontstaan’ van Bureau de Poort

Een persoonlijke zoektocht naar betekenis, die uiteindelijk de basis werd voor Bureau de Poort en mijn visie op loopbaan, zingeving en persoonlijke ontwikkeling.

Wanneer het oude niet meer werkt en het nieuwe nog niet zichtbaar is

Overleven

Sommige perioden in je leven herken je pas achteraf als een keerpunt. Terwijl je er middenin zit, probeer je vooral overeind te blijven. Je doet wat nodig is. Je lost op wat opgelost moet worden. Je denkt dat het leven straks wel weer normaal zal worden. Zo ging het ook bij mij.

Mijn partner was ziek geweest. Een jaar lang stond ons gezin in het teken van overleven. Ik had een nieuwe baan, we hadden drie jonge kinderen en er moest een huis worden gebouwd. Er was altijd wel iets dat aandacht vroeg. Ik deed wat ik al mijn hele leven had gedaan: verantwoordelijkheid nemen, hard werken en mijn schouders eronder zetten.

Pas toen de rust terugkeerde, gebeurde er iets waar ik niet op had gerekend. Ik bleek moe te zijn. Niet zomaar moe, maar uitgeput. Ik kon niet anders dan daaraan toegeven.

In die periode van stilte diende zich heel voorzichtig een vraag aan. Niet luid en ook niet dwingend. Meer als een fluistering. Zou het leven ook anders geleefd kunnen worden? Ik had geen idee wat ik met die vraag moest. Al mijn hele leven had ik belangstelling voor filosofie en spiritualiteit. Juist in die tijd kwam Het ‘Tibetaanse boek van leven en sterven’ op mijn pad. Daarin las ik over het begrip bardo: een overgangstoestand, een ruimte tussen wat geweest is en wat nog moet ontstaan.

Ik vond het een intrigerend beeld. Niet omdat ik op zoek was naar een nieuwe levensbeschouwing, maar omdat ik er iets van mezelf in herkende. Misschien leefde ik zelf ook wel in zo’n tussenruimte.

Een vraag die niet meer wegging

Nog indringender werd een andere vraag die zich in die periode aan mij opdrong. Wat heeft mijn leven voor zin gehad als ik morgen dood ben?

Ik kan me niet herinneren dat ik mezelf ooit eerder zo’n vraag had gesteld. En zeker niet op deze manier. Het was geen gedachte die ik met mijn hoofd onderzocht. Ik voelde haar door mijn hele lijf. Als ik in bed lag, bonsde mijn hart en wist ik dat ik deze vraag niet kon wegredeneren of als filosofisch tijdverdrijf kon afdoen.

Vrij snel drong een eerste inzicht zich aan mij op. Ik had zaken die in dit perspectief minder belangrijk waren – hard werken, carrière maken, mijn best doen en misschien ook wel een goede zoon willen zijn, ongemerkt op de voorgrond gezet. Andere zaken, zoals liefde, spiritualiteit, voelen, verbinding en zingeving, waren naar de achtergrond verdwenen.

Er vond iets van een omkering in mij plaats. Alleen wist ik nog niet hoe ik daarnaar moest leven. Ik zat niet met een antwoord, maar met een vraag. Een vraag die ik serieus wilde nemen.

Toen ik daarop terugkeek, begon ik ook beter te begrijpen hoe mijn leven zich had ontwikkeld. Als oudste zoon had ik al jong geleerd verstandig te zijn, verantwoordelijkheid te nemen en hard te werken. Dat had mij veel gebracht en ik ben daar nog steeds dankbaar voor. Maar ik ontdekte ook dat sommige kwaliteiten zo groot waren geworden dat ze andere delen van mij overschaduwden.

De flits van inzicht

Na enige tijd pakte ik mijn werk weer op. Aan de buitenkant leek er weinig veranderd. Ik functioneerde goed, had plezierige collega’s en deed werk waar op zichzelf niets mis mee was. Maar ergens wist ik dat ik niet meer dezelfde was. Ik probeerde dat gevoel weg te drukken. Ik deed beter mijn best. Zocht opnieuw houvast. Probeerde de oude jas toch nog passend te maken.

Tot die middag waarop ik terugfietste van een gesprek met de directie. Het gesprek speelde nog wat na in mijn hoofd. Ondertussen reed ik door het landschap tussen Enschede en Hengelo, genietend van de ruimte en de natuur.

Wat er toen gebeurde, zal ik nooit vergeten. Plotseling was het alsof het dak boven mijn hoofd openbrak. Ik ervoer een intens licht, een enorme helderheid die zich niet liet uitleggen en ook niet liet ontkennen. En in datzelfde ogenblik wist ik iets met een zekerheid die ik daarvoor nooit had gekend. Ik hoorde hier niet meer. Niet omdat het slecht werk was. Niet omdat ik ruzie had. Niet omdat ik was vastgelopen. Maar omdat ik voelde dat mijn leven ergens anders om vroeg.

Opmerkelijk genoeg wist ik nog helemaal niet waar dat ‘ergens anders’ lag. Ik wist alleen dát het bestond. Misschien is dat wel de vreemdste ervaring die ik ooit heb gehad: dat je iets volstrekt zeker weet, terwijl je de uitkomst nog niet kunt aanwijzen.

Ik stapte de leegte in met één vraag: Hoe kan mijn werk en mijn leven werkelijk betekenis hebben?

Achteraf besef ik dat ik toen niet op zoek was naar een andere baan. Ik was op zoek naar een andere manier van in het leven staan.

Niet het antwoord, maar de weg

De maanden daarna waren geen rechte lijn. Hoe ze precies verliepen, weet ik niet meer. Wat ik wel weet, is dat er langzaam iets in beweging kwam. Niet doordat ik harder nadacht, maar doordat ik ruimte maakte voor vragen waarop nog geen antwoord bestond.

Het eerste spannende moment was dat ik besefte dat ik daadwerkelijk afscheid moest nemen van mijn werk. Dat vond ik beangstigend. Ik zag op tegen de reactie van mijn vrouw en van mijn werkgever. Tot mijn verrassing reageerden beiden heel anders dan ik had verwacht. Mijn vrouw herkende mijn zoektocht en steunde mij. Ook mijn werkgever gunde mij de ruimte om die weg te verkennen.

Ik zocht bewust de stilte op en gaf mezelf toestemming om het even niet te weten. In gesprekken met een begeleider ontdekte ik dat sommige levensvragen zich niet laten oplossen door nog harder te denken. Ze vragen om verbeelding, intuïtie, geduld en de bereidheid om iets te laten rijpen.

Dat beeld vond ik later terug in de I Tjing, waar gesproken wordt over ‘De Kookpot’ waarin ingrediënten langzaam worden getransformeerd. Mijn leven hoefde niet opnieuw opgebouwd te worden; het moest de tijd krijgen om op smaak te komen.

Gaandeweg ontdekte ik misschien wel het belangrijkste inzicht van die hele periode. Ik was op zoek gegaan naar hét antwoord. Alsof ergens een juiste bestemming op mij lag te wachten en ik die alleen maar hoefde te vinden.

Langzaam begon ik iets anders te zien. Het ging niet om het antwoord. Het ging om de weg. Iedere stap maakte de volgende stap zichtbaar. Ik ontdekte ook dat ik niet alleen professional wilde zijn. Ik wilde mensen ontmoeten als mens.

Mijn eigen ervaringen en mijn zoektocht hoefden niet buiten de deur te blijven. Ze konden juist een bron van begrip zijn voor anderen die zelf op een kruispunt stonden.

Bardo en De poort

Vanuit die gedachte ontstond mijn eerste praktijk: Bardo Consult.

Die naam was geen toevallige keuze. Voor mij stond bardo voor de overgangsruimte waarin oude zekerheden verdwijnen en nieuwe mogelijkheden zich voorzichtig aandienen.

Later veranderde de naam in Bureau de Poort. De naam veranderde. De ervaring bleef.

Inmiddels ontmoet ik in mijn werk veel mensen die zich op zo’n drempel bevinden. Mensen die merken dat hun werk niet meer past, nadenken over een volgende loopbaanstap, worstelen met een reorganisatie, de overgang naar pensioen beleven of zich afvragen hoe zij hun leven meer betekenis kunnen geven. Vaak denken ze dat ze een antwoord zoeken. Maar regelmatig ontdekken we samen dat er eerst iets anders nodig is. Ruimte. Vertraging. De moed om het even niet te weten.

Als ik iets heb geleerd van mijn eigen zoektocht, dan is het dit. We proberen de leegte meestal zo snel mogelijk op te vullen. Met een nieuwe baan. Een nieuw plan. Een nieuwe zekerheid.

Misschien doen we onszelf daarmee tekort. Misschien vraagt de tussentijd juist iets anders van ons. Niet om harder te zoeken. Maar om beter te luisteren. Niet om sneller te beslissen. Maar om de vraag werkelijk toe te laten.

Wellicht is de tussentijd geen probleem dat opgelost moet worden. Misschien is zij een fase die geleefd wil worden.

Herken je dit?

De tussentijd beperkt zich niet tot één ingrijpende gebeurtenis. Ik kom haar in mijn werk regelmatig tegen, onder andere bij mensen die:

  • merken dat hun werk niet meer bij hen past, maar nog niet weten wat dan wel;
  • na een reorganisatie of ontslag opnieuw richting zoeken;
  • de overstap maken naar zelfstandig ondernemerschap;
  • voor de keuze staan om wel of niet met pensioen te gaan;
  • na een periode van ziekte of burn-out hun leven opnieuw willen inrichten;
  • verlangen naar meer zingeving, maar nog geen woorden hebben voor wat zij werkelijk zoeken.

Vaak is de eerste neiging om zo snel mogelijk een oplossing te vinden. Een nieuwe baan. Een concreet plan. Een beslissing die de onzekerheid wegneemt.

Mijn ervaring is dat de belangrijkste beweging soms juist ontstaat wanneer we de moed hebben om een tijd met de vraag te leven.

Dat is ook de kern van mijn werk als coach bij Bureau de Poort: samen onderzoeken wat zich in deze overgangsruimte wil aandienen, zodat keuzes niet alleen logisch zijn, maar ook werkelijk passen bij wie je bent en wat voor jou van waarde is.

Over Bureau de Poort

Bij Bureau de Poort begeleid ik mensen die zich op een overgangspunt in hun leven bevinden. Dat kan gaan over een loopbaan die niet meer past, de stap naar ander werk, de overgang naar pensioen, een reorganisatie, ziekte of een bredere zoektocht naar richting en zingeving.
Steeds opnieuw ervaar ik dat duurzame keuzes vaak niet ontstaan door harder te zoeken, maar door beter te luisteren naar wat zich van binnen aandient.

Om mee te nemen

  • Waar weet je diep van binnen dat iets niet meer klopt, terwijl je nog niet weet wat ervoor in de plaats mag komen?
  • Welke vraag in jouw leven vraagt op dit moment om aandacht, terwijl je haar misschien liever uit de weg gaat?

Verder lezen

Andere blogs over Tussentijd

De overgang van werken naar niet-werken: een fase die meer vraagt dan ‘even afronden’

Exit op je 61e. Na 30 jaar. En dan?

Van Pasen naar de tussentijd

 

Van Pasen naar de tussentijd

Over wat er begint ná het nieuwe begin

Pasen ligt net achter ons. Het feest van nieuw leven. Van opstanding. Van een nieuw begin. Maar in mijn praktijk zie ik ook iets anders.

Voor veel mensen begint het daar pas. Niet het nieuwe leven zelf, maar de fase erna. De fase waarin het oude losgelaten is, maar het nieuwe nog geen vorm heeft.

Ik noem dat de tussentijd.

Het moment ná het masker

We kijken vaak naar verandering in duidelijke momenten:
een besluit, een afscheid, een nieuwe baan, een doorbraak. Maar wat er tussen die momenten gebeurt, krijgt nauwelijks aandacht.

De periode waarin:

  • je oude werk niet meer past
  • een rol verschuift of zwaarder wordt
  • zekerheden verdwijnen
  • en het nieuwe nog niet tastbaar is

Waar het beeld van carnaval – vasten – Pasen helpt om deze beweging te begrijpen, zie ik in mijn praktijk dat juist die middelste fase doorslaggevend is.

Niet als voorbereiding maar als een fase met een eigen betekenis.

Een voorbeeld uit mijn praktijk

Een schoolleider met wie ik werk zit midden in zo’n fase. De afgelopen jaren waren onrustig: wisselingen in de directie, personele spanningen, bezuinigingen. Zes mensen uit de schoolleiding vertrokken. En komend jaar wordt de structuur opnieuw veranderd: minder leidinggevenden, maar met zwaardere verantwoordelijkheden.

Zijn vragen waren herkenbaar:

  • Blijf ik dit doen?
  • Zet ik nog een stap richting eindverantwoordelijkheid?
  • Of zoek ik iets anders, meer inhoudelijk?

Aan de buitenkant lijkt dat een loopbaanvraag. Maar in de praktijk bleek het iets anders.

Door stil te staan bij zijn biografie en de lijn in zijn ontwikkeling, werd zichtbaar wat er werkelijk speelde: niet de vraag wat moet ik doen?, maar hoe neem ik positie?

Het ging uiteindelijk niet over ander werk maar over:

  • steviger staan in zijn rol
  • vertrouwen op zijn eigen oordeel
  • zich minder laten intimideren door dominante collega’s

Niet weg uit de situatie, maar anders aanwezig zijn erin.

De neiging om te snel door te willen

De meeste mensen willen uit zo’n fase zo snel mogelijk een antwoord. Logisch. Het voelt ongemakkelijk.

Je weet minder zeker wie je bent.
Je oude manieren werken niet meer vanzelf.
De druk van buiten neemt juist toe.

Dus ga je zoeken:

  • naar oplossingen
  • naar nieuw werk
  • naar houvast

En precies daar gaat het vaak mis.

Als je deze fase overslaat, neem je jezelf niet mee in je volgende stap.
Dan verandert de context, maar niet jouw manier van aanwezig zijn.

De functie van de tussentijd

De tussentijd vraagt iets anders. Geen actie, maar vertraging.
Geen snelle antwoorden, maar het uithouden van het niet-weten.

Dat is geen lege fase.
Het is een fase waarin:

  • oude identificaties loskomen
  • onderliggende patronen zichtbaar worden
  • niet-geleefde kwaliteiten zich aandienen
  • en nieuwe richting zich van binnenuit begint te vormen

Niet omdat je het bedenkt maar omdat je er ruimte voor maakt.

In mijn praktijk

In mijn werk bij Bureau de Poort begeleid ik mensen juist in deze fase.

Niet om zo snel mogelijk een oplossing te vinden,
maar om deze periode vruchtbaar te maken.

Dat vraagt:

  • vertragen waar je wilt versnellen
  • kijken waar je wilt oplossen
  • voelen waar je wilt begrijpen

En vooral:
de bereidheid om ook een tijdje ‘niet te weten’.

Pasen is geen eindpunt

Als Pasen ergens voor staat, dan is het niet alleen het nieuwe leven zelf.
Maar ook de weg ernaartoe. En misschien nog wel belangrijker:
de bereidheid om eerst door die leegte te gaan.

Niet als tussenstation.
Maar als wezenlijk onderdeel van verandering.

Herken je dat je in zo’n fase zit?
Dat het oude niet meer klopt, maar het nieuwe zich nog niet laat grijpen?

Dan zit je niet vast.
Dan zit je in de tussentijd.

En daar begint het echte werk.

Laat mij contact met je opnemen

Andere blogs over Tussentijd

De tussentijd (1)

De overgang van werken naar niet-werken: een fase die meer vraagt dan ‘even afronden’

Exit op je 61e. Na 30 jaar. En dan?

 

Exit op je 61e. Na 30 jaar. En dan?

Ik zie het steeds vaker. Mensen die niet zélf kiezen om te stoppen, maar er, ogenschijnlijk rationeel, uit worden gezet.

Recent zat er een man tegenover me van 61. Ruim dertig jaar bij dezelfde werkgever. Altijd goed gefunctioneerd. Loyaliteit. Vakmanschap. Geen gedoe.
En toch: exit per 1 april 2026.
Kostenbesparing. Verjonging.

Op papier klopt het. In een mensenleven niet.

Wie zo lang heeft bijgedragen, voelt zo’n besluit niet als “beleid”. Het raakt aan iets wezenlijks: aan erkenning, aan eigenwaarde, aan bestaansrecht. En precies daar begint voor velen de Tussentijd.

Ik werk veel met mensen, van jong tot oud,  in deze fase. En wat me telkens weer opvalt: deze overgang wordt vaak onderschat. Alsof het vooral een praktische kwestie is. Maar dat is het niet.

De Tussentijd: waar het oude stopt en het nieuwe nog geen naam heeft

De Tussentijd is die fase waarin je niet meer bent wie je was, maar ook nog niet weet wie je wordt.
Je werk valt weg, maar je verlangen niet.
Je agenda wordt leger, terwijl je hoofd voller raakt.
De omgeving zegt: “Geniet ervan.”
Terwijl jij voelt: dit is niet alleen vrijheid, dit is ook verlies.

Zijn woorden raakten me: “Ik ben te jong en te energiek om te stoppen. Maar ik wil die teleurstelling kwijt. Ik wil mijn energie terug.”

Dat hoor ik vaak. En ik neem het serieus. Want dit is zelden alleen de vraag wat ga ik doen met mijn tijd? Dit is een identiteitsvraag: wie ben ik als dit werk, dat zo lang zo bepalend is geweest, wegvalt?

Waarom mensen hier vastlopen

Wat ik zie, is dat veel mensen deze fase zo snel mogelijk willen overslaan. Nieuwe plannen. Nieuwe rollen. ZZP’er worden. Nog even knallen. Vaak ingegeven door een diep gevoel van: ik moet bewijzen dat ik nog meetel. Ik snap dat. Maar ik zeg het ook eerlijk: dat werkt meestal maar even.

De overgang wordt vooral ingewikkeld als er iets onaf blijft:

  • een afscheid dat niet klopt
  • een gevoel van onheus behandeld zijn
  • een verhaal dat geen ronding heeft
  • en vooral: het ontbreken van oogst

En precies dáár doe ik het anders dan veel reguliere loopbaanbegeleiding.

Oogsten: eerst dit, anders blijft het onrustig

Na dertig of veertig jaar werk draag je een enorme rijkdom met je mee.
Ervaring. Fouten. Inzicht. Vakmanschap. Mensenkennis. Leiderschap. Grenzen.

Maar zelden staan we daar echt bij stil. Zonder oogst voelt de Tussentijd leeg en richtingloos.
Met oogst ontstaat rust. Waardigheid. Keuzevrijheid.

In mijn begeleiding begin ik daarom niet bij wat wordt je volgende stap, maar bij wat wil er eerst gezien en erkend worden.
Oogsten betekent niet blijven hangen in het verleden. Het betekent erkennen wat je hebt opgebouwd, zodat je het niet hoeft te bewijzen of vast te houden.

Hoe ik werk in de Tussentijd

In zijn traject (en in veel andere) werk ik langs drie lijnen. En ik vertraag hier bewust waar anderen versnellen.

  1. Eerst serieus nemen wat er gebeurt
    Niet wegredeneren. Niet meteen “positief framen”.
    Erkennen wat deze exit doet met je zelfbeeld en je energie, zonder erin vast te blijven zitten.
  2. Oogsten vóór je vooruitgaat
    Wat neem je mee uit al die jaren?
    Wat is jouw waarde, los van functie en titel?
    Zonder deze stap blijven keuzes reactief en onrustig.
  3. Pas daarna keuzes maken
    In zijn geval lonkt het ZZP-bestaan. Internationale opdrachten, gesprekken lopen al. Tegelijk is er een verlangen naar ruimte: reizen met zijn partner, zes weken weg.
    Dat is geen vlucht. Dat is een volwassen verlangen. Mijn advies was helder en realistisch: neem die ruimte, maar zorg dat je rond april weer zichtbaar bent. Vrijheid vraagt ook timing.

Overzicht en grip helpen daarbij, niet om alles dicht te timmeren, maar om ademruimte te creëren. Vanuit ademruimte ontstaat visie.

De vraag onder de vraag

De kernvraag is niet:
“Hoe vind ik weer werk?”

Maar:
“Hoe maak ik van deze exit geen nederlaag, maar een kantelpunt?”

Dat vraagt iets anders dan een volgende baan.
Dat vraagt durven zijn in de Tussentijd.
Durven rouwen.
Durven oogsten.
Durven herwaarderen.
En ook: het niet-weten even uithouden.

En dan pas: kiezen.

Ik ga vaker dit soort verhalen delen (uiteraard geanonimiseerd), omdat ik zie hoeveel mensen hier in stilte doorheen gaan.
Terwijl het zó helpt om dit niet alleen te doen.

Herken jij jezelf hierin?
Of sta je zelf ergens tussen “ik moet eruit”“ik wil eruit” en “ik weet het nog niet”?

Neem gerust contact met me op.
Niet omdat ik een snelle oplossing heb maar omdat de Tussentijd vraagt om aandacht, bedding en een gesprek dat verder gaat dan de volgende stap.

Laat mij contact met je opnemen

De overgang van werken naar niet-werken: een fase die meer vraagt dan ‘even afronden’

Er komt een moment waarop je merkt: het gaat niet meer alleen over werk.
Het gaat ook over wie je bent geworden, en wie je nu aan het worden bent.
Niet abrupt. Niet dramatisch. Maar voelbaar. Stil. Soms verwarrend.
Ik noem het de tussentijd en ik zie hem bij mezelf én bij veel mensen om me heen.

Tussentijd

Het afgelopen jaar heeft me iets scherper laten zien dan ooit: er bestaat zoiets als de tussentijd. Die merkwaardige zone tussen wat was en wat komt. Ik bevind me er middenin. De stap naar senioriteit, het nadenken over afscheid van het volle werkende leven (pensioen?), het fysieke ouder worden,  het speelt allemaal tegelijk. En ja, zelfs als coach kom ik mezelf hierin stevig tegen.

Twee keer opa worden was een diepe verrijking. Warm, ontroerend, betekenisvol. Maar, alles bij elkaar ….. er verschuift ook iets in je identiteit.
Wie ben ik nu? Wat wordt mijn nieuwe plek? Wat laat ik achter, en wat dient zich aan?

Nieuwe betekenis

Wat mij helpt, is te weten dat dit niet “gek” is. Integendeel: in de gerontologie (de wetenschap rond ouder worden) wordt pensioen steeds vaker beschreven als een psychologische én existentiële overgang, niet alleen als een praktische eindstreep. In een recente scoping review in The Gerontologist wordt juist dat zoekende karakter van de pensioentransitie benoemd: het is een fase waarin oude structuren wegvallen en nieuwe betekenis opnieuw vorm krijgt.

Ook professioneel herken ik dat verschuiven. De pensioenleeftijd komt in beeld, en daarmee de vraag: hoe rond ik mijn loopbaan waardig af? Als zelfstandig professional keek ik natuurlijk naar de cijfers, maar onder die cijfers speelde iets anders: de energie verschoof. Het voelde alsof ik de laatste kilometers van een marathon liep. De blik ging meer naar afscheid dan naar nieuwe creativiteit. Het was zwaarder dan ik wilde toegeven.

De stroom volgen

Tot ik besloot het denken hierover meer los te laten en ‘de stroom te volgen’. Geen krampachtig stoppen. Geen krampachtig doorgaan. Maar ruimte.
En precies daar ontstond nieuwe energie: in mijn werk, in mijn inspiratie, in mijn verlangen om dit thema verder uit te diepen. (Wees blij mensen, ik stop nog niet hoor 😀)

In mijn omgeving zag ik hetzelfde gebeuren: mensen met prachtige carrières die struikelden over de staart ervan. Niet ieder afscheid is glorieus. Vaak is er leegte. Soms schaamte. Soms opluchting. Maar vrijwel altijd een fundamentele vraag:

Welke betekenis heb ik nu, in deze nieuwe fase?

Ook daar is onderzoek naar gedaan. Een studie naar purpose in life laat zien dat juist rond pensioen die ervaren zingeving kan veranderen. Soms wordt het rustiger. Soms valt er een gat. En soms ontstaat er een nieuwe vorm van betekenis — maar dat vraagt wel bewuste aandacht.

Ik ben ervan overtuigd dat deze overgang niet zomaar ‘het einde van werken’ is. Het is een existentiële verschuiving. Een fase die vraagt om:
• het oogsten van wat je hebt opgebouwd
• het herijken van waarden
• het schrijven van een nieuw, betekenisvol verhaal
• én heel praktisch: vormgeven aan een leven waarin tijd, energie en lichaam anders functioneren

Bridge employment

En dan is er nog iets: het oude idee van “stoppen = klaar” past steeds minder. Veel mensen kiezen voor een tussenweg. Gedeeltelijk blijven werken. Anders werken. Lichter werken. Zinvoller werken.
In onderzoek wordt dat vaak bridge employment genoemd, en grote longitudinale studies (zoals de Health and Retirement Study) laten zien dat zo’n doorstart na pensionering voor veel mensen juist gunstig kan samenhangen met welzijn en gezondheid.

En eerlijk gezegd sluit dat aan bij iets waar ik zelf steeds meer in geloof: goed ouder worden gaat niet alleen over “gezond blijven”. Het gaat ook over betrokken blijven. Meedoen. Van betekenis zijn.
Dat past ook bij klassieke theorieën over “successful aging” (Rowe & Kahn), waarin betrokkenheid en actief deelnemen juist belangrijke pijlers zijn van goed ouder worden.

Ik wil de komende tijd meer schrijven over verschillende voorbeelden van deze ’tussentijd’, persoonlijk maar ook vanuit mijn beroepspraktijk.

Laat mij contact met je opnemen

Voor wie wil doorlezen (bronnen):

Bijna 1 op de 6 werknemers onder structurele stress

Wat ik zie als senior coach – en waarom dit verder gaat dan mentale druk

De cijfers liegen niet: bijna één op de zes werknemers in Nederland heeft te maken met stressvol werk. Werk met hoge eisen én weinig regelruimte. Voor sommigen is dit “gewoon druk”, voor velen is het structurele overbelasting. De gevolgen zie ik dagelijks in mijn praktijk: stressklachten, uitval, burn-out, verlies van richting en zingeving.
(Bron: TNO)

Maar wat mij raakt, is dit: achter deze cijfers schuilt een dieper probleem dan alleen werkdruk. Het gaat niet alleen over het hoofd dat overloopt. Het gaat óók over het hart, over de samenhang in het leven en over de vraag: doet wat ik doe er nog toe?

Stress is zelden alleen mentaal
Stress wordt vaak gereduceerd tot iets mentaals: te veel taken, te weinig tijd, onvoldoende herstel. Dat klopt deels. Maar in mijn werk zie ik vrijwel altijd drie lagen die tegelijk geraakt worden:

1. De mentale laag: voortdurende spanning, piekeren, concentratieproblemen, vermoeidheid.
2. De gevoelslaag: onrust, machteloosheid, irritatie, onzekerheid, soms schaamte.
3. De zingeving- en waardenlaag: het gevoel de regie kwijt te zijn, jezelf te verliezen, niet meer trouw te zijn aan wat voor jou werkelijk telt.

Pas wanneer alle drie die lagen worden gezien, kan herstel ook werkelijk duurzaam zijn.

Werk-privé is geen agenda-probleem
Veel mensen proberen werk-privébalans te “repareren” met timemanagement, grenzen stellen of minder uren. Soms helpt dat tijdelijk. Maar vaak is het fundament wankel. Want de échte vraag is niet:
“Hoe krijg ik mijn agenda beter georganiseerd?”
Maar:
“Waarom leef en werk ik op een manier die mij structureel uitput?”

Zolang zingeving, autonomie en persoonlijke waarden buiten beeld blijven, blijft stress zich herhalen in een andere baan, bij een andere werkgever, met een andere functie.

Wat ik in de praktijk zie
Ik werk met professionals, leidinggevenden en teams die vaak lang hebben doorgezet. Plichtsgetrouw, loyaal, toegewijd. Te lang. Tot het lichaam of de psyche ingrijpt. Vaak zeggen mensen achteraf:

“Ik voelde al langer dat het niet meer klopte, maar ik ben doorgegaan.”

Dat is geen zwakte. Dat is menselijk. Maar het vraagt wél om moed om op tijd stil te staan.

Duurzame inzetbaarheid vraagt meer dan beleid
Organisaties zetten steeds vaker in op duurzame inzetbaarheid. Dat is goed. Maar zolang dit vooral praktisch en technisch wordt ingevuld — met workshops, vitaliteitsprogramma’s en preventietrajecten — mist er iets wezenlijks: de existentiële laag.

Mensen floreren niet op protocollen. Mensen floreren wanneer zij:
• betekenis ervaren in hun werk,
• invloed hebben op hun eigen keuzes,
• zich gezien voelen als mens, niet alleen als functie.

Zonder deze bedding blijft stress een structureel risico.

Mijn overtuiging
Stress is zelden het echte probleem. Stress is een signaal. Een signaal dat er ergens in denken, voelen, handelen en zingeving een disbalans is ontstaan. Wie dat signaal serieus neemt, kan niet alleen herstellen, maar ook opnieuw leren leven en werken op een manier die klopt.

Dat vraagt vertraging. Reflectie. Soms ook pijnlijke eerlijkheid. Maar het opent ook de weg naar veerkracht, richting en hernieuwde bezieling.

Tot slot
Herken jij jezelf in deze cijfers? Of zie je dit terug in je team of organisatie? Wacht niet tot uitval het enige remmende mechanisme wordt. Stress verdwijnt zelden vanzelf. Richting wel degelijk.

Op mijn site deel ik hoe ik mensen en organisaties begeleid bij:
• stress en burn-out,
• werk-privébalans,
• loopbaanvragen,
• zingeving en persoonlijk leiderschap.

Je hoeft het niet alleen uit te zoeken. Maar je moet wél bereid zijn om eerlijk te kijken.

LET OP: Binnenkort het vervolg met een Blog “Stress herkennen vóór het een burn-out wordt;
Concrete signalen en eerste stappen die echt verschil maken”

Laat mij contact met je opnemen

What Makes You Come Alive?

Veel mensen zoeken in hun werk naar betekenis: Wat kan ik bijdragen? Wat heeft de wereld nodig van mij? Maar echte vervulling begint niet buiten jezelf — die begint bij wat jou levend maakt. Als coach ontmoet ik vaak mensen die vastlopen in ‘moeten’ en verwachtingen. In deze blog deel ik een ervaring uit mijn praktijk over hoe de omslag van doen wat hoort naar leven wat klopt kan zorgen voor nieuwe energie, werkplezier en richting.

“Don’t ask what the world needs.
Ask what makes you come alive and go do it.”

Howard Thurman (1899–1981)

Deze woorden van Howard Thurman kwamen opnieuw bij me boven tijdens een coachgesprek dat ik onlangs voerde. Mijn coachee was druk bezig met nadenken over wat de wereld van hem nodig had en liep daarin vast.

Een herkenbaar patroon. Veel mensen die voor een eerste gesprek over hun loopbaan of zingeving bij me komen, stellen vragen als: Wat kan ik betekenen? Hoe kan ik mijn kwaliteiten beter inzetten? Wat heeft de wereld eigenlijk aan mij?

Goede, maar ook grote vragen. En vaak beginnen we dan in de buitenwereld. Logisch, want werk speelt zich daar af. Toch ligt de sleutel niet buiten, maar binnenin.

De omkering: van buiten naar binnen

Thurman wijst op een fundamentele omkering: het begint niet bij wat de wereld van jou nodig heeft, maar bij datgene waardoor jij tot leven komt.
Waar voel jij enthousiasme, energie, vuur?
Daar, precies daar, begint de inspiratie voor een bezielde bijdrage, in je werk én in je leven.

Wanneer ik dit onderwerp aansnijd, reageren mensen vaak met:
“Maar dan denk ik toch alleen aan mezelf? Is dat niet egoïstisch?”

Dat is begrijpelijk, maar het tegendeel is waar. Echte verbinding met anderen begint pas wanneer jij in contact bent met je eigen bron van levendigheid. Alleen dan kun je iets echts brengen.

Een voorbeeld uit de praktijk

Ik begeleidde eens een organisatieadviseur die steeds beter werd in zijn vak. Succes leek hem vooral te betekenen dat hij opdrachten binnenhaalde en zijn omzet groeide. Toch voelde hij dat hij het plezier kwijt was geraakt.
Toen hij promotie kon maken, twijfelde hij: “Is dit nu echt wat ik wil?”

We gingen onderzoeken waar zijn eigen energie zat. Het bleek dat hij avontuur en vrijheid miste. Jarenlang had hij geleerd om te presteren en te voldoen aan verwachtingen, wat volgens hem “de wereld nodig had”. Maar zijn eigen drijfveren, zijn speelsheid en plezier, waren op de achtergrond geraakt.

Langzaam begon hij dat te herstellen. Eerst privé, door letterlijk meer avontuur op te zoeken. En daarna ook in zijn werk, waar hij meer ruimte ging nemen om zichzelf te laten zien. De verandering die dat bracht was opmerkelijk: zijn werk kreeg weer glans, relaties met klanten verdiepten, en hij voelde zich opnieuw levend in wat hij deed.

Wat maakt jou levend?

Ask what makes you come alive – and go do it.
Het is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Maar het begint bij eerlijkheid.
Waar verlang je écht naar? Wat laat je hart sneller kloppen?

Durf te spelen in je werk.
Breng humor, schoonheid, avontuur of stilte in wat je doet.
En bovenal: durf jezelf te volgen.

Want stel je eens voor dat kunstenaars als Leonard Cohen, Bach of Picasso alleen hadden gedaan wat ze dachten dat “de wereld nodig had”. We zouden veel minder schoonheid, troost en inspiratie kennen.

Howard Thurman was de spirituele mentor van onder andere Martin Luther King, iemand die juist door zijn innerlijke bezieling een wereldwijde impact had.

Tot slot

Wat mijzelf betreft: ook ik moet steeds opnieuw kijken hoe ik kan blijven spelen, ontdekken, muziek maken in wat ik doe.
En jij?
Hoe kun jij in je leven meer ruimte maken voor what makes you come alive?

Over Bureau De Poort

Bij Bureau De Poort begeleid ik mensen en teams in vragen rond loopbaanontwikkeling, zingeving, persoonlijk leiderschap en werkgeluk. Wil je onderzoeken wat jou écht levend maakt?
Je bent van harte welkom voor een kennismakingsgesprek.

Laat mij contact met je opnemen