Ik zie het steeds vaker. Mensen die niet zélf kiezen om te stoppen, maar er, ogenschijnlijk rationeel, uit worden gezet.
Recent zat er een man tegenover me van 61. Ruim dertig jaar bij dezelfde werkgever. Altijd goed gefunctioneerd. Loyaliteit. Vakmanschap. Geen gedoe.
En toch: exit per 1 april 2026.
Kostenbesparing. Verjonging.
Op papier klopt het. In een mensenleven niet.
Wie zo lang heeft bijgedragen, voelt zo’n besluit niet als “beleid”. Het raakt aan iets wezenlijks: aan erkenning, aan eigenwaarde, aan bestaansrecht. En precies daar begint voor velen de Tussentijd.
Ik werk veel met mensen, van jong tot oud, in deze fase. En wat me telkens weer opvalt: deze overgang wordt vaak onderschat. Alsof het vooral een praktische kwestie is. Maar dat is het niet.
De Tussentijd: waar het oude stopt en het nieuwe nog geen naam heeft
De Tussentijd is die fase waarin je niet meer bent wie je was, maar ook nog niet weet wie je wordt.
Je werk valt weg, maar je verlangen niet.
Je agenda wordt leger, terwijl je hoofd voller raakt.
De omgeving zegt: “Geniet ervan.”
Terwijl jij voelt: dit is niet alleen vrijheid, dit is ook verlies.
Zijn woorden raakten me: “Ik ben te jong en te energiek om te stoppen. Maar ik wil die teleurstelling kwijt. Ik wil mijn energie terug.”
Dat hoor ik vaak. En ik neem het serieus. Want dit is zelden alleen de vraag wat ga ik doen met mijn tijd? Dit is een identiteitsvraag: wie ben ik als dit werk, dat zo lang zo bepalend is geweest, wegvalt?
Waarom mensen hier vastlopen
Wat ik zie, is dat veel mensen deze fase zo snel mogelijk willen overslaan. Nieuwe plannen. Nieuwe rollen. ZZP’er worden. Nog even knallen. Vaak ingegeven door een diep gevoel van: ik moet bewijzen dat ik nog meetel. Ik snap dat. Maar ik zeg het ook eerlijk: dat werkt meestal maar even.
De overgang wordt vooral ingewikkeld als er iets onaf blijft:
- een afscheid dat niet klopt
- een gevoel van onheus behandeld zijn
- een verhaal dat geen ronding heeft
- en vooral: het ontbreken van oogst
En precies dáár doe ik het anders dan veel reguliere loopbaanbegeleiding.
Oogsten: eerst dit, anders blijft het onrustig
Na dertig of veertig jaar werk draag je een enorme rijkdom met je mee.
Ervaring. Fouten. Inzicht. Vakmanschap. Mensenkennis. Leiderschap. Grenzen.
Maar zelden staan we daar echt bij stil. Zonder oogst voelt de Tussentijd leeg en richtingloos.
Met oogst ontstaat rust. Waardigheid. Keuzevrijheid.
In mijn begeleiding begin ik daarom niet bij wat wordt je volgende stap, maar bij wat wil er eerst gezien en erkend worden.
Oogsten betekent niet blijven hangen in het verleden. Het betekent erkennen wat je hebt opgebouwd, zodat je het niet hoeft te bewijzen of vast te houden.
Hoe ik werk in de Tussentijd
In zijn traject (en in veel andere) werk ik langs drie lijnen. En ik vertraag hier bewust waar anderen versnellen.
- Eerst serieus nemen wat er gebeurt
Niet wegredeneren. Niet meteen “positief framen”.
Erkennen wat deze exit doet met je zelfbeeld en je energie, zonder erin vast te blijven zitten. - Oogsten vóór je vooruitgaat
Wat neem je mee uit al die jaren?
Wat is jouw waarde, los van functie en titel?
Zonder deze stap blijven keuzes reactief en onrustig. - Pas daarna keuzes maken
In zijn geval lonkt het ZZP-bestaan. Internationale opdrachten, gesprekken lopen al. Tegelijk is er een verlangen naar ruimte: reizen met zijn partner, zes weken weg.
Dat is geen vlucht. Dat is een volwassen verlangen. Mijn advies was helder en realistisch: neem die ruimte, maar zorg dat je rond april weer zichtbaar bent. Vrijheid vraagt ook timing.
Overzicht en grip helpen daarbij, niet om alles dicht te timmeren, maar om ademruimte te creëren. Vanuit ademruimte ontstaat visie.
De vraag onder de vraag
De kernvraag is niet:
“Hoe vind ik weer werk?”
Maar:
“Hoe maak ik van deze exit geen nederlaag, maar een kantelpunt?”
Dat vraagt iets anders dan een volgende baan.
Dat vraagt durven zijn in de Tussentijd.
Durven rouwen.
Durven oogsten.
Durven herwaarderen.
En ook: het niet-weten even uithouden.
En dan pas: kiezen.
Ik ga vaker dit soort verhalen delen (uiteraard geanonimiseerd), omdat ik zie hoeveel mensen hier in stilte doorheen gaan.
Terwijl het zó helpt om dit niet alleen te doen.
Herken jij jezelf hierin?
Of sta je zelf ergens tussen “ik moet eruit”, “ik wil eruit” en “ik weet het nog niet”?
Neem gerust contact met me op.
Niet omdat ik een snelle oplossing heb maar omdat de Tussentijd vraagt om aandacht, bedding en een gesprek dat verder gaat dan de volgende stap.