Het gebeurt nogal eens na een vakantie. Je bent een paar weken weg geweest. Je komt in een ander ritme, een andere omgeving. Je hebt gewandeld, gelezen, misschien eindeloos voor je tent of vakantiehuis gezeten. Het gewone leven stond even wat verder weg.
En dan kom je thuis. Het werk, de agenda, het ‘normale’ leven wachten weer op je. En ineens is daar die gedachte die je voor de vakantie ook al weleens had, maar die toen gemakkelijker verdween tussen alles wat moest: Wil ik dit eigenlijk nog wel?
Misschien fantaseer je over iets totaal anders. Een camping in Frankrijk. Voor jezelf beginnen. Iets met je handen doen. Chauffeur worden. De zorg in. Minder werken en eindelijk tijd hebben voor andere dingen.
Het zijn heerlijke gedachten. Vooral als je op maandagochtend om half negen weer naar een beeldscherm zit te kijken. Maar wat moet je ermee?
Als het oude ineens wegvalt
Een man die ik begeleid, hoefde zichzelf die vraag niet eens te stellen. Na vele jaren bij dezelfde werkgever hield zijn baan onverwacht op. We waren onze gesprekken om een andere reden begonnen, maar vanzelf kwam ook zijn werk ter sprake en, helaas in dit geval, het einde daarvan. Hij kon natuurlijk opnieuw solliciteren naar een functie in zijn vertrouwde vakgebied. Daar had hij veel ervaring in en daar lagen goede kansen.
Maar nu alles toch op zijn kop stond, begon iets anders te trekken: de zorg. Werken met mensen. Iets voor anderen kunnen betekenen. Hij ging kijken, sprak mensen die in de zorg werkten en onderzocht de mogelijkheden om de overstap te maken.
Hij werd enthousiast. Dat enthousiasme wilde ik serieus nemen. Maar voordat we gingen onderzoeken hoe zo’n overstap eruit zou kunnen zien, wilde ik eerst iets anders weten: Wat zoek je eigenlijk in de zorg?
Daar moest hij even over nadenken. ‘Contact met mensen’, zei hij. Openheid. Dienstbaar kunnen zijn. Iets voor iemand betekenen. Mensen blij maken.
En toen veranderde het gesprek. Want ineens ging het niet meer over de zorg. Het ging over hem.
Waar verlang je eigenlijk naar?
Dat is een vraag die ik vaker stel wanneer iemand iets heel anders wil.
Stel dat jij al jaren droomt van een camping in Frankrijk. Dan kunnen we natuurlijk gaan uitzoeken wat een camping kost, hoe goed je Frans is en of je er überhaupt een boterham mee kunt verdienen. Maar ik zou eerst willen weten: Wat trekt je zo aan in die camping?
Misschien zeg je: buiten zijn. Vrijheid. Zelf bepalen hoe mijn dag eruitziet. Mensen ontvangen. Niet meer de hele dag vergaderen. Iets concreets doen. ’s Avonds moe zijn omdat je echt gewerkt hebt.
Dan gaat het misschien helemaal niet over die camping. Het gaat over vrijheid. Eenvoud. Autonomie. Contact. Buiten zijn. Een ander ritme.
Dat betekent niet dat je die camping uit je hoofd moet zetten. Integendeel. Zo’n verlangen kan je iets vertellen wat je kennelijk al een tijdje niet goed hoort. Neem het dus serieus, maar niet meteen letterlijk.
Dat gold ook voor de man uit mijn praktijk. Misschien moet hij inderdaad de zorg in. Maar misschien vertelt zijn enthousiasme vooral dat hij in zijn werk veel meer contact, menselijkheid en betekenis zoekt. En dan zijn er ineens veel meer mogelijkheden dan één radicale loopbaanverandering.
Wat moet werk je eigenlijk bieden?
We gingen daarom ook kijken naar zijn andere spoor: weer een baan zoeken in het vak dat hij al jaren doet. Wat moest zo’n baan hem dan bieden?
Hij vond zichzelf niet zo veeleisend. Dat bleek mee te vallen.
Niet te ver van huis. Een goed salaris. Een team waarin ook gelachen wordt. Genoeg vrije tijd. Niet in een cultuur terechtkomen waarin structureel overwerken normaal wordt gevonden. En graag werk waarin hij zijn ervaring kwijt kan en tegelijkertijd met mensen te maken heeft.
Langzaam ontstond er iets wat veel bruikbaarder was dan de vraag: zorg of zijn oude vak? Er ontstond een beeld van wat voor hem werkelijk belangrijk is in werk.
In loopbaanbegeleiding noemen we dat loopbaanwaarden. Voor de één gaat het om vrijheid of ontwikkeling, voor een ander om zekerheid, inkomen, betekenis, goede collega’s of voldoende vrije tijd. Daar zit geen juiste volgorde in.
De wezenlijke vraag is: Wat moet er voor jou in werk aanwezig zijn om te kunnen zeggen: ja, zo wil ik werken? En minstens zo belangrijk: wat wil je niet meer?
Je kunt niet alles maximaal hebben
Daar wordt het ingewikkelder. De zorg bood de man die ik begeleid misschien meer van het menselijke contact waarnaar hij verlangde. Zijn vertrouwde vak bood waarschijnlijk een beter salaris, meer regelmaat en de mogelijkheid om zijn jarenlange ervaring te gebruiken.
Wat weegt dan zwaarder? Daar bestaat geen test voor die het antwoord voor je uitrekent. Je moet gaan wegen.
Hoeveel inkomen wil je eventueel inleveren voor werk waarvan je verwacht dat het meer betekenis geeft? Hoe belangrijk is vrijheid als die ook onzekerheid betekent? Wil je werkelijk ondernemer worden als je veel waarde hecht aan een vast inkomen en vier weken onbezorgd zomervakantie? En wil je echt die camping in Frankrijk als blijkt dat je in juli en augustus juist nooit meer vrij bent?
Dat is het moment waarop een droom interessant wordt. Niet wanneer hij prachtig klinkt, maar wanneer je ontdekt wat je ervoor over hebt.
Het ongemak van nog niet weten
Misschien zit daar wel het moeilijkste stuk. We willen graag weten waar we naartoe gaan. Als iets niet meer klopt, zoeken we bijna automatisch naar een nieuwe vorm. Een nieuwe baan, een opleiding, een eigen bedrijf, een ander leven.
Want ik weet het nog niet is een ongemakkelijke plek. Toch is dat soms precies de plek waar je een tijdje moet blijven.
Ik noem dat de tussentijd: het oude voldoet niet meer, maar het nieuwe heeft nog geen duidelijke vorm. Het lastige van zo’n periode is de onzekerheid. Het waardevolle is dat er nog niets vastligt.
Als je niet onmiddellijk naar een oplossing springt, ontstaat er ruimte om beter te kijken. Wat miste ik eigenlijk? Waar kreeg ik energie van? Wat wil ik behouden? Waar verlang ik naar? En welke antwoorden geef ik vooral omdat ik zo graag weer vaste grond onder mijn voeten wil?
Dat betekent niet dat je op de bank moet gaan zitten wachten tot het inzicht vanzelf verschijnt. De man die ik begeleid doet dat ook niet. Hij onderzoekt beide richtingen. Hij praat met mensen, kijkt naar mogelijkheden en solliciteert. En juist doordat hij dingen uitprobeert, krijgt hij informatie. Niet alleen over banen, maar vooral ook over zichzelf.
Zo kan het zoeken zelf onderdeel worden van het antwoord.
Misschien is dat wel genoeg voor nu
Een vakantie kan zo’n kleine tussentijd veroorzaken. Even afstand van het gewone leven en ineens hoor je weer iets wat al langer zachtjes aan de deur klopte.
Maar het kan ook gebeuren na ziekte, ontslag, een reorganisatie, kinderen die het huis uitgaan of simpelweg doordat je op een ochtend denkt: ik doe dit nu al twintig jaar. Wil ik dit nog twintig jaar blijven doen?
Ga dan niet onmiddellijk op zoek naar het antwoord. Luister eerst eens naar de vraag.
En als je merkt dat je fantaseert over die camping, de zorg, een eigen bedrijf of een totaal ander bestaan, zet die gedachte dan niet weg als onrealistisch. Ga er eens naast zitten.
Waar verlang ik blijkbaar naar? En wat zegt dat over wat voor mij werkelijk van waarde is?
Daarna kun je altijd nog vacatures bekijken, een dag meelopen, met iemand praten die dat werk al doet of inderdaad eens uitzoeken wat een camping in Frankrijk kost.
Misschien blijkt uiteindelijk dat je iets totaal anders wilt. Misschien kom je verrassend dicht bij waar je al was.
Maar dan heb je niet alleen een volgende stap gevonden. Je hebt iets beter leren verstaan waar je eigenlijk naar op zoek bent.
En misschien is dat wel de belangrijkste stap.
Verder lezen
In mijn eerdere essay De tussentijd – een persoonlijke zoektocht naar betekenis beschrijf ik hoe een overgangsperiode vaak begint lang voordat we zelf beseffen dat er iets wezenlijks aan het veranderen is. Juist die fase van onzekerheid en ‘niet weten’ kan de voedingsbodem zijn voor een nieuwe en meer authentieke richting.
Over Bureau de Poort
Bij Bureau de Poort begeleid ik mensen die op een kruispunt in hun leven of loopbaan staan. Soms gaat het om een concrete loopbaanvraag, soms om een dieper verlangen naar werk en leven dat beter past bij wie zij zijn geworden. Daarbij onderzoek ik samen met hen de samenhang tussen kwaliteiten, drijfveren, waarden en de context waarin zij werken en leven. Want duurzame keuzes ontstaan zelden door harder te duwen, maar vaak door beter te begrijpen wat er werkelijk aan de hand is.
Ook interessant:
Loopbaanbegeleiding en outplacement