De schoorsteen moet roken. Maar waarvoor werk je eigenlijk?

Nee, ik heb mijn coachpraktijk niet ingeruild voor een carrière als pannenkoekenbakker.

Maar deze foto zegt misschien wel iets over een vraag die onder veel vragen in mijn praktijk ligt:

Waarvoor werk ik eigenlijk?

Vanmorgen bleef ik hangen bij een interview in de Volkskrant (18-9-2026) met econoom Paul Schenderling, oprichter van Postgroei Nederland. Schenderling stelt daarin dat we economische groei zo belangrijk zijn gaan vinden dat andere waarden daaraan ondergeschikt zijn geraakt. Hij noemt vrijheid, rechtvaardigheid, vrede en naastenliefde als waarden die daardoor in het gedrang kunnen komen.

Maar het was vooral zijn voorbeeld over werk dat mij trof.

Volgens Schenderling is arbeid in ons economisch denken steeds meer gereduceerd tot productie: we werken om inkomen te verdienen, zodat we vervolgens kunnen consumeren. Daarmee dreigt iets wezenlijks uit beeld te verdwijnen. Hij noemt beroepseer, beroepstrots en de vreugde die arbeid kan geven. En uiteindelijk: zingeving.

Ik herken die spanning uit mijn werk als loopbaancoach. Mensen die bij mij komen, zeggen het soms bijna letterlijk:

Ik zou eigenlijk iets anders willen, maar de schoorsteen moet natuurlijk wel roken.

En daar valt weinig tegenin te brengen. We hebben een inkomen nodig. Er is een hypotheek of huur. Er zijn kinderen, verplichtingen en verantwoordelijkheden. Werk is niet alleen een plek voor zelfverwerkelijking.

Maar er zit ook een risico in die redenering. Want wanneer de schoorsteen maar lang genoeg het belangrijkste argument blijft, kun je ongemerkt steeds verder verwijderd raken van wat je in je werk eigenlijk belangrijk vindt. Dan gaat het niet eens altijd om het verkeerde beroep. Het kan ook zitten in hoe je je werk bent gaan doen.

Misschien wilde je ooit goede zorg verlenen, maar ben je vooral bezig met registreren en productie draaien.

Misschien werd je leidinggevende omdat je mensen wilde helpen groeien, maar bestaat je werk steeds meer uit targets, spreadsheets en vergaderingen.

Misschien koos je voor het onderwijs omdat je iets wilde betekenen voor jonge mensen, maar merk je dat je vooral probeert het systeem draaiende te houden.

En misschien ben je daar heel goed in geworden. Dat maakt het soms juist ingewikkeld.

Waar wil je eigenlijk voor staan?

In loopbaancoaching gaat het vaak over talenten, competenties, functies en mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Allemaal relevant. Maar daaronder ligt voor mij een fundamentelere vraag:

Wat is voor jou van waarde, en hoe wil je dat in je werk tot uitdrukking brengen?

Dat is een andere vraag dan: Wat kan ik?
En ook een andere dan: Waar kan ik geld mee verdienen?

Het gaat over waar je voor wilt staan.

Voor de één is dat vakmanschap. Voor een ander vrijheid, zorgvuldigheid, rechtvaardigheid, autonomie, dienstbaarheid, creativiteit of verbinding. Niet als mooie woorden op een vel papier, maar als waarden die daadwerkelijk richting geven aan keuzes.

Want een waarde krijgt pas betekenis wanneer zij iets van je vraagt. Als autonomie belangrijk voor je is, hoeveel autonomie ervaar je dan werkelijk in je werk? Als aandacht voor mensen essentieel voor je is, wat doet het dan met je wanneer je organisatie je voortdurend dwingt tot snelheid? Als vakmanschap voor jou zwaar weegt, hoe lang houd je het dan vol wanneer je je werk niet meer kunt doen op een manier waar je zelf achter staat?

Dan worden waarden minder vrijblijvend.

Soms moet niet het werk veranderen, maar de vraag

Ik ontmoet regelmatig mensen die heel goed kunnen vertellen waarom iets niet kan, terwijl ze veel minder gemakkelijk kunnen vertellen waar ze eigenlijk naar verlangen. Zo sprak ik iemand die ervan overtuigd was dat hij vooral op zoek moest naar een andere functie. Een logische volgende stap, met voldoende zekerheid en perspectief.

In onze gesprekken bleek gaandeweg dat zijn werkelijke verlangen ergens anders lag. Hij wilde niet zozeer hogerop of iets totaal anders. Hij wilde weer werk kunnen doen waarin vakmanschap en persoonlijke aandacht belangrijker waren dan snelheid en resultaat. Dat veranderde zijn zoektocht. Niet langer stond vooral de vraag centraal:

Welke functie past bij mij?

Maar:

In welke omgeving kan ik werken op een manier die bij mij past?

Dat verschil verandert veel. Want waarden bepalen niet alleen welk werk bij je past. Ze bepalen minstens zozeer hoe je wilt werken, met wie, waaraan je wilt bijdragen en in welke omgeving je tot je recht komt.

Doe maar gewoon

En daar zit nog iets onder. We zijn lang niet altijd zo vrij om te kiezen vanuit wat ons werkelijk dierbaar is als we denken. We hebben onderweg allerlei boodschappen meegekregen over werk en leven.

Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.
Zorg eerst maar dat je een goede baan hebt.
Maak af waar je aan begonnen bent.
Je kunt toch niet zomaar alles opgeven?

En misschien zit daaronder nog een veel fundamentelere boodschap:

Wie denk jij eigenlijk dat je bent?

Zulke boodschappen kunnen diep zitten. Soms zo diep dat je ze niet meer als boodschappen herkent, maar als feiten. Je weet dan heel goed te vertellen waarom iets niet verstandig, realistisch of verantwoord is, nog voordat je werkelijk hebt onderzocht waar je naar verlangt.  Zo corrigeer je soms je verlangen voordat je er goed naar hebt geluisterd.

Betekenis geven aan werk

Daarom geloof ik ook niet zo in het advies: Doe gewoon waar je hart ligt. Daarvoor is het leven te ingewikkeld. De interessantere vraag is hoe je bestaanszekerheid en verantwoordelijkheid in verbinding brengt met wat voor jou werkelijk van waarde is.

Soms leidt dat tot ander werk. Soms tot hetzelfde werk op een andere manier. Soms tot minder werken, een andere positie of juist het bewuste besluit ergens te blijven. Maar het vertrekpunt verandert. Je vraagt niet alleen meer:

Waar kan ik werken?

Maar ook:

Waaraan wil ik met mijn werk bijdragen?

En misschien nog fundamenteler:

Wie wil ik zijn in de manier waarop ik werk?

Dat raakt voor mij aan zingeving. Niet als iets groots of verhevens. Juist heel concreet: dat wat je doet ook werkelijk past bij wat je belangrijk vindt en wie je wilt zijn.

Daarmee verdwijnt de schoorsteen niet. Die moet nog steeds roken. Maar misschien hoeft hij niet langer te bepalen waar je huis staat.

Om eens bij stil te staan

  • Welke waarden wil jij in je werk daadwerkelijk kunnen leven?
  • Waar lukt dat op dit moment – en waar ben je ervan verwijderd geraakt?
  • Welke overtuiging of oude boodschap houdt je tegen om daar serieuzer naar te luisteren?
  • En als inkomen, status of verwachtingen van anderen even niet het eerste antwoord mochten geven: wat zou jij dan in je werk meer ruimte willen geven?

Ook interessant om verder te lezen:

Misschien hoef je niet meteen een camping te beginnen

De tussentijd (2): niet kiezen of loslaten, maar onderzoeken

Loopbaanbegeleiding bij Bureau de Poort

What Makes You Come Alive?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *